Creatieve berichten over borduren

21: Bernina Embroidery Software – Designer Plus 8 – Sneltoetsen van je toetsenbord

Bij veel icoontjes in de software van Bernina DesignerPlus 8 staan sneltoetsen aangegeven, die je via je toetsenbord aanklikt. Het voordeel van deze ‘Keyboard Shortcuts’ is, dat je commando’s die je vaker gebruikt, sneller kunt doorgeven zonder dat je steeds de (wat langere) paden van het zoeken naar icoontjes of de juiste buttons hoeft te bewandelen.

Hoe werkt het? Bepaalde toetsen worden gebruikt in combinatie met elkaar, of met letters, bv. Ctrl + C = kopiëren. Staan er meerdere toetsen, druk dan altijd eerst op de eerst genoemde toets, houd deze ingedrukt en druk daarna op de volgende toets of letter, zodat ze samen ingedrukt zijn. (de plus gebruik je niet, die staat er alleen om aan te geven dat je de functies van twee toetsen gaat combineren). Soms is het een kwestie van slepen met de muis of alleen een Letter gebruiken.

keyboard
Er zijn verschillende soorten toetsenborden, of je nu een PC met MS Windows® of een Mac (Apple) hebt, of een laptop: het kan dus zijn dat de toetsen van jouw toetsenbord er iets anders uitzien dan die van mij, of die van iemand anders. Hierboven heb ik een willekeurige afbeelding van een toetsenbord geplaatst: hang je dus niet op aan de vorm en de plek van alle letters, tekens en toetsen zoals ze daar afgebeeld staan. Belangrijk is te weten dat de toetsen die genoemd worden op álle toetsenborden voorkomen, al zul je soms even moeten zoeken waar ze precies zitten, als je ze niet veel gebruikt.

Het is wel zo dat combinaties van bepaalde toetsen voor PC met MS Windows® of voor een Mac (Apple) iets anders kunnen zijn, maar voor het overgrote deel komt het op hetzelfde neer. Zo wordt de Control (Ctrl) toets bij een PC met MS Windows® gebruikt voor veel commando’s, bij de Mac is het meestal de ‘Command’ toets, maar soms ook Control (Ctrl). De Alt toets bij een PC met Windows heeft als tegenhanger de Option toets bij een Mac. Dat zijn eigenlijk de grootste verschillen. Je kunt de commando’s die hieronder uitgelegd worden gewoon uitproberen, lukt het niet (bv. omdat je een Mac hebt), kijk dan bij de beschrijving van je Mac of op Internet wat de vervangende toets moet zijn.

Hieronder zal ik een lijst weergeven, waar je de commando’s voor de sneltoetsen ziet, en welke toetsen je hiervoor (soms in combinatie met elkaar) kunt gebruiken.


Allereerst de algemene functies: Als je goed kijkt, zie je dat de letter die in combinatie met een functietoets gebruikt wordt, vaak al iets zegt over de handeling (dat is niet altijd het geval maar vaak wel: daar waar ik het kan vinden zal ik het vermelden – bedenk wel dat het vanuit het Engels is opgezet).

escape
Een commando ongedaan maken
= ESC (Escape)

Uit het programma gaan = ALT + F4 (de F4 zit bovenaan je toetsenbord)

Open een bestaand ontwerp = CTRL + O ( de O van Open)

Print een ontwerp = CTRL + P ( de P van Print)

Bewaar een ontwerp = CTRL + S ( de S van Save)

Start met een nieuw ontwerp = CTRL + N ( de N van New)

shift


Voor het bekijken van ontwerpen: soms gebruik je hier een enkele letter voor, soms een combinatie van letters en functietoetsen.

Huidige steek centreren = C (de C van Center) – of F6 (de F6 zit bovenaan je toetsenbord)

measure
Meten = M (de M van Measure). Er verschijnt een klein liniaaltje en een box met coördinaten/maten voor bv. lengte en hoek. Klik op ESC om het ongedaan te maken

Ververs het scherm = R (de R van Refresh) of F4 (de F4 zit bovenaan je toetsenbord)

naaldpunten
Laat naaldpunten zien
= . (de punt) – je moet ‘Toon kunstzinnige weergave’ uitgeschakeld hebben om dit te kunnen bekijken. Je ziet dan alleen de steken, en door het commando met de PUNT, krijg je allemaal witte stipjes te zien – de naaldpunten. Zo kun je vantevoren bekijken hoe vaak de naald in de stof/het materiaal zal prikken.

Laat voorgaande zien = V (de V van View) of F5 (de F5 zit bovenaan je toetsenbord)

alleengeselecteerdeobjecten
Laat alleen de geselecteerde objecten zien = SHIFT + S (de S van Show). Selecteer eerst dat deel van het object dat je apart wilt bekijken, en gebruik dan de SHIFT + S om deze apart te bekijken, zoals je op de afbeelding hierboven kunt zien. Klik weer op SHIFT + S om het geheel weer te bekijken.

Vergroot tot passend = 0 (de nul) of F2 (de F2 zit bovenaan je toetsenbord)

verbindingssteken
Laat zien/verberg de verbindingssteken = SHIFT + C (de C van Connectors) – door weer op SHIFT + C te klikken, is alles weer ‘gewoon’.

Laat zien/verberg de foto/bitmap = D

Laat zien/verberg vectoren = SHIFT + D

Verschuiven = P (de P van Pan), het handje verschijnt – je kunt het beeld nu verschuiven. Als je wilt stoppen met verschuiven klik je nog een keer op de P en het handje verdwijnt.kunstzinnigeweergave
Zet aan/zet uit kunstzinnige weergave = T (de T is van Turn). Klik er nog een keer op, en je maakt de handeling ongedaan.

f3vergroten
Vergroot factor = F  (de F van Factor) of F3 (de F3 zit bovenaan je toetsenbord) je krijgt een menu te zien met Inzoom Factor, en kunt het getal van verschalen aanpassen, daarna klik je op OK).

Vergroot (box) = B en daarna klikken op het object met de linker muisknop (de B is van Box) 0f F8 (de F8 zit bovenaan je toetsenbord – je krijgt een vergrootglas te zien (ipv de cursor (pijl) van je muis, met + en – erin. Hoe vaker je klikt hoe groter het object wordt.

mouseVergroot 2 x = Z ( de Z van Zoom) of het scrollwieltje van je muis – door het laatste naar voren te bewegen, vergroot je je object, door het naar je toe te bewegen verklein je het object.

Vergroot 1.25x = + (de plus)

Verklein 2 x = SHIFT + Z (de Z van Zoom) of F10 (de F10 zit bovenaan je toetsenbord)

Verklein 1.25x = – (de min) – gebruik wel de MIN van je numeriek bord, je kunt de MIN op het grote deel van je toetsenbord niet gebruiken, omdat de SHIFT toets zorgt dat je bij de speciale tekens daar het bovenste teken zult gebruiken, en dat is een ‘underscore’, oftewel een grote streep die gebruikt om letters te onderstrepen.

Vergroot/verklein tot 1:1 schaal (=- 100%) = 1 (de één)

Verticale scroll = ALT + het scrollwieltje van je muis. Het object beweegt in een verticale lijn naar boven of naar beneden, als je resp. het scrollwieltje van je muis naar je toe of van je af beweegt.

Horizontale scroll = CTRL + het scrollwieltje van je muis. Het object beweegt in een horizontale lijn van links naar rechts, als je resp. het scrollwieltje van je muis naar je toe of van je af beweegt.


Voor het selecteren van objecten gebruik je de volgende commando’s.

Activeer het Selecteer icoontje = O (de O van Object)

tab
Voeg het volgende object aan de selectie toe = CTRL + TAB (de Tab toets kan er zo uitzien als de afbeelding hierboven, of zonder pijltjes). Hoe vaker je op de TAB toets klikt, terwijl je CTRL ingedrukt houdt, hoe meer objecten er tegelijkertijd geselecteerd gaan worden.

Voeg vorig object toe aan de selectie = CTRL + SHIFT + TAB (soms moet je drie toetsen ingedrukt houden om een handeling te verrichten – de CTRL en SHIFT toets zitten vaak heel dicht bij elkaar, dat kun je dus met de vingers van één hand bedienen. De tab kun je dan met je andere hand indrukken).

Maak van alle objecten de selectie ongedaan = ESC of X.

Selecteer verschillende objecten = SHIFT en muis. Houd de SHIFT ingedrukt terwijl je met de muis op verschillende objecten klikt.

Selecteer alle objecten = CTRL + A (de A van All)
selecteermeerdereobjecten
Selecteer meerdere objecten = CTRL en muis
. Houd de CTRL ingedrukt terwijl je met de muis op de gekozen objecten klikt.

Selecteer het volgende object = TAB. Door steeds op de TAB toets te klikken, ga je op volgorde naar het volgende object.

seleteeronderligger
Selecteer het onderliggende object = 2 + muis.

Selecteer het voorgaande object = SHIFT + TAB.


Voor het bewerken van ontwerpen gebruik je de volgende sneltoetsen:

backspace
Delete het laatste ingangspunt = BACKSPACE.

Maak het digitaliseren van een object af = ENTER of SPACEBAR

Schakel de onderlaag in/uit = U (de U van Underlay)

lettering
Laat het menu van de Belettering zien = A
(de A van Alphabet)

Werk een commando af = CTRL + Y

Maak een commando ongedaan = CTRL + Z

Maak een selectie ongedaan = CTRL + X (de X symboliseert aan dat je een ‘kruisje’ door je werk geeft, oftewel weghaald, maar je zou de X ook als een soort schaartje kunnen zien)

Kopieer een selectie = CTRL + C (de C van Copy)

Plak een selectie = CTRL + V ( De V is van View, maar waarom niet de P van ‘Paste'(Engels voor plakken). De V is als een pijltje naar beneden, oftewel je stuurt symbolisch iets naar een plek = het plakwerk. Daarnaast moet je bedenken dat de P al bezet was vanwege ‘Print’, dus moesten de bedenkers van de shortcuts een andere letter kiezen)
duplicate
Maak een kopie/duplicaat van de selectie = CTRL + D
(de D is van Duplicate) – je maakt een kopie van de selectie: deze wordt bovenop de eerste gezet. Je kunt de kopie met de muis verschuiven naar een bepaalde plek. Het origineel blijft staan.

kloon
Maak een kloon van de selectie = Rechter muisknop ingedrukt houden, verslepen en dan loslaten: er verschijnt een kloon. Het origineel blijft staan.
En dan vraag ik me af: wat is het verschil tussen een duplicaat en een kloon? Bij ‘Duplicaat’ wordt de 2e afbeelding/object bovenop de eerste gezet, en moet je deze naar een andere plek slepen. Bij ‘Kloon’ klik je met je rechtermuisknop, ingedrukt houden, direct de 2e afbeelding/object naar een andere plek. Je kunt bij de tweede optie dus direct trekken aan een object en die ergens anders plaatsen (= sneller). Beiden kun je net zoveel gebruiken als je wilt, bv. meerdere keren achter elkaar, als je van een bepaald object er 3, 4, 5 of meer wilt. Dan is de 2e optie – klonen – sneller.

Verstevig de omranding (Dubbele reeks) = CTRL + B
deleteDelete een selectie = DELETE.


De volgende sneltoetsen zijn handig bij het bekijken van de steekvolgorde:
4richtingen
1 Segment achteruit = CTRL + Pijl naar links (vaak staan deze pijlen bij elkaar, zoals op de afbeelding hierboven te zien is)

1 Segment naar voren = CTRL + Pijl naar rechts

1 Steek achteruit = (Selecteer icoontje uitgeschakeld), pijl naar links

1 Steek naar voren = (Selecteer icoontje uitgeschakeld) Pijl naar rechts 

10 Steken naar voren = (Selecteer icoontje uitgeschakeld) Pijl naar boven

10 Steken achteruit = (Selecteer icoontje uitgeschakeld) Pijl naar onderen

Activeer de Steek-Speler = SHIFT + R ( de R van Replay)

pageupanddown
Naar de volgende kleur = PAGEDOWN

Naar het volgende object = CTRL + T

Naar het volgende geselecteerde object = TAB

Naar de vorige kleur = PAGEUP

Naar het vorige object = SHIFT + T

Naar het vorige geselecteerde object = SHIFT + TAB

Naar het einde van een ontwerp = END

Naar het begin van een ontwerp = HOME


De volgende sneltoetsen gebruik je bij digitaliseren en belettering: eigenlijk heb je deze commando’s al gezin, bij het bewerken van ontwerpen. Ik plaats ze even apart, zodat je weet dat je als je gaat digitaliseren of belettering gaat gebruiken, alleen naar dit rijtje hoeft te kijken.

dubbelesteekletter
Activeer Dubbele Steek = CTRL + B
(in dit geval staat de B voor BOLD, oftewel dik gedrukt). Bij de B hierboven is een dubbele steek geactiveerd.

Delete het laatste ingangspunt = BACKSPACE.

Maak het digitaliseren van een object af = ENTER of SPACEBAR

Schakel de onderlaag in/uit = U (de U van Underlay)

Laat het menu van de Belettering zien = A (de A van Alphabet)


Voor het bewerken van objecten en steken, gebruik je de volgende sneltoetsen:

Duw de geselecteerde designs (een bepaalde richting op) = Pijltoetsen naar links, naar rechts, naar boven en naar beneden gebruiken: je kunt ze per klik gebruiken, door een object 1 klik te verplaatsen, maar je kunt de gekozen pijltoets ook ingedrukt houden, totdat het object op de plek staat waar je hem wilt hebben.

verschuiven1
Ik heb een vlinder van bovenstaand motief geselecteerd en naar rechts verschoven. Op de afbeelding hierboven zie je de oorspronkelijke vlinder nog op z’n plek staan, en een getekende vlinder rechts: dat komt omdat ik een print-screen heb gemaakt, terwijl ik de pijltoets nog ingedrukt hield.

verschuiven2
Pas bij het loslaten van de pijltoets staat de vlinder daadwerkelijk op een andere plek, en is de oorspronkelijke plek leeg.

Verplaats een object horizontaal of verticaal = MUIS + CTRL. Sleep het object met de muis, terwijl je de CTRL ingedrukt houdt.
Bewaar de proporties van een object terwijl je het aan het schalen bent =  SHIFT + Sleep met de muis. Als je een object kleiner of groter wilt maken (schalen) is het soms belangrijk om zowel de X als de Y maten in verhouding het zelfde te laten. Bv. een vlinder is 2 cm hoog en 3 cm breed. Als je dit wilt verschalen naar bv. de hoogte van 4 cm, dan wordt de breedte 6 cm – 2:3 is de verhouding, en die blijft zo. (Soms wil je bij schalen juist dat alleen de hoogte verandert en de breedte blijft staan, of de hoogte blijft staan en de breedte verandert, dan bewaar je de proporties NIET).

Wijzig het ‘reshape node’ type = MUIS + SPACE. Selecteer de ‘reshape node’ en klik op de spatiebalk.

Groepeer geselecteerde objecten = CTRL + G

De-groepeer geselecteerde objecten + CTRL + U

Zet geselecteerde objecten vast (lock) = K

Maak geselecteerde objecten los (unlock) + SHIFT + K

Activeer Bewerken = E (de E van Edit)

Een hele lijst met shortcuts: ik merk zelf wel dat – als je ze vaker gebruikt – alles sneller en eenvoudiger gaat dan dat je steeds icoontjes moet opzoeken. Maar dat is met alles het geval: hoe meer je met icoontjes, commando’s, toetsen of andere tools werkt in de BERNINA Borduursoftware V8, hoe meer vertrouwd je met alles wordt. En dat is alleen maar prettig, want er is nog zoveel te ontdekken!

Kijk je volgende keer weer mee?

Borduurgroeten
Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht