Creatieve berichten over naaien

Op stap in het textielverleden

Ik woon al een tiental jaar in Gent, een leuke stad met een rijk textielverleden. Ik ken natuurlijk het verhaal van Lieven Bauwens en hoe hij Jenny naar Gent smokkelde om Gent terug op de kaart te zetten van de textielnijverheid. Hoe hij de job van gevangenisdirecteur lucratief wit te combineren met textielbaron en hoe het gravensteen daar ook een rol in speelde. Maar de tijd is niet blijven stilstaan. Jules de Hemptinne zie ik op de stadsblog wel eens passeren, maar ook in de Brugse Poort blijkt een spinnerij te zijn geweest: La Lys. Grappig de afkorting LYS nu op breiblogs gebruikt wordt voor Local Yarn Shop. Maar ik dwaal af, op het Groene Valleifeest werd het startschot gegeven voor een boeiende tentoonstelling en rondleidingen in de Brugse Poort. Deze wij heeft vaak een minder goede reputatie. We kunnen de problemen moeilijk negeren, maar het is vooral ook een levendige wijk met vele nationaliteiten. De Vieze Gasten slagen er in om hen te bereiken via een taal die ze wel begrijpen: muziek, foto’s en nu ook textiel. Meer dan 600 mensen hebben gedurende een half jaar gewerkt aan maar liefst 100 gigantische en kleurrijke doeken. De Brugse Poorten zijn dan ook schitterend geworden.

De werkgroep ‘Brugse Poort: vroeger en nu’ – een samenwerking tussen Buurtwerk Brugse Poort, fotocollectief Fixatief en schrijfclub De Schuunschgreivers – organiseert een boeiende fototentoonstelling over het textielverleden van de Brugse Poort. De werkgroep slaagde erin om oud-werknemers en ex-directeurs op te sporen. En hun verhalen en beelden vormen de kern van deze expo. De expo is tijdens de maand juni gratis te bezichtigen elke vrijdag van 14 tot 19 u., elke zaterdag en zondag van 10 tot 18 u. Tijdens de week kan dat op aanvraag via Bij’ De Vieze Gasten. Aansluitend bij de expo zijn er elk weekend van juni wandelingen met gids door de Brugse Poort gepland. Buurtbewoners gidsen u langs de overblijfselen van het rijke textielverleden van de wijk en geven u een unieke inkijk in deze 19de-eeuwse gordelwijk. Iedere zaterdag om 14 u. en iedere zondag om 11 u. en 14 u. in juni kunt u deze unieke wandeling maken. Het startpunt is de Galerij Voltaire in de Noordstraat 20. De gidsbeurten zijn gratis maar reserveren is nodig via Bij’ De Vieze Gasten.

Sowieso een goed vertrekpunt om je onder te dompelen in het textielverleden is het MIAT, het museum voor industriële archeologie en textiel voluit. Dit museum heeft het initiatief genomen voor een nieuw festival: Tec-stiel. Ze slaan de handen in elkaar met 5 andere textielmusea en bieden zo een staalkaart van een boeiend stukje verleden.

Van 18 t.e.m. 26 juni ben je welkom in SteM Zwijgershoek (Sint-Niklaas), Museum van Deinze en de Leiestreek (Deinze), Museum Zeels Erfgoed (Zele), Must museum voor textiel (Ronse), Vlasmuseum (Kortrijk) en het Stedelijk Museum Lokeren. Elke streek heeft zijn eigen specifiek karakter. In Gent was er het laken en het vlas. Ook Ronse, Zele en Kortrijk waren gekend voor het vlas. Wanneer de vlasindustrie in Ronse verdwijnt, leggen de fabricanten zich toe op wol en katoen en ontwikkelen een eigen reputatie. In Zele bleef de vlasindustrie tot de eerste wereldoorlog een belangrijke bron van inkomen, om plaats te ruimen voor jute. En ja, jute is meer dan de zakken om aardappelen in op te bergen. Het vlasmuseum in Kortrijk roept bij mij sowieso levende herinneringen op. Ik was er ooit als kind en het moet toen een diepe indruk hebben nagelaten, of het moet de liefde voor vlas zijn. Eigenlijk is er niks zo mooi als een bloeiend vlasveld, alleen bloeien de bloempjes slechts een week. Het Vlasmuseum, de Provincie West-Vlaanderen hebben met de steun van het Belgisch Vlasverbond en de vlaszaaiers de vlasvelden in de streek in kaart gebracht. Er werden op basis van het fietsnetwerk van Westtoer twee routes uitgestippeld die langs deze velden leiden (eentje van 40km en eentje van 35km, te vinden op de site van het Vlasmuseum).

Sint-Niklaas kende tot in de jaren 1960 een bloeiende breigoedindustrie. Het museum staat dan ook al een tijdje op mijn lijstje. Deinze is op een boogscheut van Gent en voor mij meestal een stad waar ik met de trein door rij. Ik wist niet dat het vanaf de 16e eeuw een centrum voor de linnenindustrie is. Vanaf het midden
van de 19e eeuw ontwikkelde de stad daarenboven een bloeiende zijdenijverheid. Op hetzelfde ogenblik verhuisde Mores-Jacob Moresco zijn fabriek van elastische weefsels van Brussel naar Deinze. De vervaardiging van bretellen en kousenbanden zette Deinze als textielstad definitief op de kaart. Het zijn boeiende feitjes die ik op de website van Tec-stiel gesprokkeld heb. Ik ben niet helemaal overtuigd van de site, maar het programmaboekje ziet er leuk uit en ik hoop een paar dingen mee te pikken. Het is sowieso een korte periode om de verschillende tentoonstellingen en meer dan 20 randactiviteiten te zien. Gelukkig zijn er ook expo’s die langer lopen.

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam