Creatieve berichten over naaien

Denim en jeans stoffen: verschil en overeenkomsten.

De komende tijd ga ik me – naast alle andere projecten – bezig houden met denim, jeans en chambray stoffen. Quilts maken, waarvan ik op deze BERNINA Blog natuurlijk vanalles ga laten zien, in opdracht spijkerjasjes bijzonder maken* en meer, alles op de BERNINA 770QE. Omdat ik daarvoor vanalles aan het verzamelen ben, kom ik zoveel soorten en kwaliteiten van deze stoffen tegen, dat ik meer wilde weten over de weefsels, kleuren en de geschiedenis. Daar ben ik ingedoken, en al snel viel me op dat denim en jeans niet hetzelfde is…

Allereerst ben ik gaan zoeken naar de oorsprong van de spijkerbroek: die is per slot van rekening van ‘spijkerstof’ gemaakt, toch? Het heeft me als kind altijd geïntrigeerd dat mensen in kleding wilden lopen waar allemaal ‘spijkers’ inzitten… ‘doet dat dan geen pijn, al die spijkers?’ Ik had het idee dat iedereen een soort fakir moest zijn…

Denim is inderdaad een andere naam voor spijkerstof. Het is een weefsel in keperbinding: een ‘bijzonder sterke, gekeperde katoenen stof’, zoals dat heet.


Keperbinding (in het Engels ‘Twill’ genoemd: één van de drie hoofdbindingen van textiel. De andere twee zijn de effen binding (linnenbinding) en de satijn binding (atlasbinding). Daar waar de effen binding en alle rechtstreekse afleidingen daarvan geweven kunnen worden op een 2-schachts-weefgetouw, heeft men voor een keperbinding minstens 3 schachten nodig. Er bestaat maar één linnenbinding, maar er bestaan zeer veel keperbindingen, soms kan het aantal schachten wel oplopen tot 24 en zelfs meer.

Men verplaatst voor iedere inslag het bindpunt zijwaarts in één richting. Hierdoor schuiven de bindpunten progressief op in schuine lijn; dit vormt het typische aanzicht van een keperweefsel. De karakteristieke diagonale lijnen in het weefsel lopen door van de rechterbenedenhoek tot aan de linkerbovenhoek of vice versa. Vanzelfsprekend is de richting van de schuine lijn aan de rechterzijde van het weefsel steeds tegengesteld aan de schuine richting aan de averechtse kant.

Wanneer er boven op het weefsel meer inslag dan ketting zijn, dan spreken we van inslagkepers, bij meer ketting dan inslag spreken we van kettingkepers. Is er ten slotte evenveel ketting- als inslageffect, dan noemen we dit gelijkzijdige kepers. Als regel worden keperbindingen ook aangegeven met het aantal schaften waarmee ze worden geweven.

Denim is dus een katoenen stof met keperbinding: de naam is afkomstig van de oorspronkelijke Franse benaming ‘Serge de Nimes’: volgens onderzoek voor het eerst vervaardigd door de familie André voor de veehoeders van de Camargue (de ‘gardians’), was deze Zuid-Franse stad (Nimes) de eerste plek waar dit soort weefsels gemaakt werden. Bij verder onderzoek blijkt dat weefsels soms genoemd werden naar een geografische locatie, maar ook vaak ergens anders gemaakt werden: de naam werd dan alleen gebruikt als een merk bij de fabriek waar het weefsel verkocht werd. Voor het eind van de 17e eeuw was Serge de Nimes ook in Engeland bekend. Waarbij je je dan moet afvragen of het weefsel geïmporteerd werd uit Frankrijk, of dat het een Engels weefsel is dat dezelfde naam vraagt. Er zijn zelfs verhalen te vinden dat Serge de Nimes oorspronkelijk werd gemaakt van zijde en wol, terwijl Denim als zodanig alleen van katoen gemaakt werd.

De Blue Jeans echter is een stof die zijn naam gekregen heeft door de blauwe kleurstof Indigo, waarbij de Franse benaming ‘Bleu de Gênes’, Blauw van Genua, gehanteerd werd. De invoer van indigo werd vanuit Indië via Genua naar de rest van Europa geregeld. Bleu de Gênes was een vertaling van Blu di Genova, dus eigenlijk Genuees blauw, wat later werd verbasterd tot het huidige ‘Bluejeans’, kort gezegd ‘jeans’. Bij verder onderzoek kwam ik tegen dat dit weefsel wijst naar een opvulling voor kleren wat van katoen, linnen en/of wil kon zijn: deze mengeling van weefsels werd ook ‘Jean’ genoemd. Erg populair en werd tijdens de 16e eeuw in grote aantallen naar Engeland geïmporteerd. In de 18e eeuw werd de ‘jeanskleding’ helemaal van katoen gemaakt, gebruikt voor het maken van herenkleding, vanwege de duurzaamheid van de stof, zelfs na heel veel wassen.


Beide stoffen werden steeds populairder, maar denim was sterker en duurder dan jeans. Ze hadden veel overeenkomsten, maar werden anders geweven: Denim werd gemaakt van een gekleurde en een witte draad, wat je vooral aan de binnenkant van het weefsel goed kunt zien. Jeans werd geweven van twee draden van dezelfde kleur: dus helemaal blauw.
Op de afbeelding hierboven zie je de voorkant/goede kant van Denim,


en hier de achterkant/binnenkant van dezelfde stof. Duidelijk is te zien dat het om blauwe én witte draden gaat bij dit weefsel.


En de spijkerbroek? In 1847 emigreerde Levi Strauss naar Amerika. Daar maakte hij stevige broeken voor de goudzoekers in Californië, eerst van zeildoek: de broeken waren steviger dan de tot dan gemaakte broeken, wat goudzoekers goed kunnen gebruiken onder de harde omstandigheden waarbij ze moesten werken. Toen Levi Strauss door zijn voorraad zeildoek heen was, gebruikte hij de Serge de Nimes, waarbij deze naam al snel verbasterd werd tot Denim. De broeken scheurden echter vaak uit op de plekken waar veel spanning op staat: oa. bij de zakken.


Daar had Jacob Davis een oplossing voor: hij vervaardigde de Spijkerbroek, oftewel Jeans, werd vooral eerst als werkbroek gemaakt, vervaardigd van de blauwe gekeperde denim, waarbij een soort klinknagels de zakken verstevigden. Jacob Davis kreeg in partnerschap met Levi Strauss (& Company) op 22 mei 1873 een Chinees octrooi op deze bevestigingswijze.


Naast ‘gewone’ broeken werden toen ook veel taille overalls gemaakt:
deze hadden een achterzak, bretels en een horlogezakje. Tot 1920 werden deze taille overalls alleen in San Fransisco geproduceerd. Daarna volgde uitbreiding naar Frankfort, Indiana (VS). Pas in 1965 werden de eerste fabrieken van Levi Strauss & Co. in Europa en Azië gebouwd. En natuurlijk de spijkerjas, die over de overall gedragen kon worden.

In de 2e Wereldoorlog droegen Amerikaanse soldaten een aangepast model van de taille-overall. Hierdoor raakte de broek van denim bekend in Europa. In 1959 werden de eerste exemplaren naar Europa geëxporteerd. In 1960 kwam de term “spijkerbroek” of “jeans” in zwang. De jeansbroek wordt sindsdien zowel door heren als door dames veel gedragen. Jeans werden bekend doordat bekende acteurs ze in hun films droegen. De opbouw van de jeans is al wel enkele malen gewijzigd. Zo heeft men bijvoorbeeld in de 1e Wereldoorlog de ijzeren knoopjes ter hoogte van de jeanszak verwijderd van de broek wegens besparingen. Tegenwoordig bestaan er zowel jeans mét, als zonder die metalen toevoegingen.


Standaard heeft een spijkerbroek vijf zakken: twee aan de achterkant, twee steekzakken aan de voorkant en aan de rechter voorkant een klein zakje, waar men vroeger een zakhorloge in bewaarde. Omdat zo’n zakhorloge veel te lijden had in een gewone steekzak, werd dit kleine zakje daar speciaal voor  op de spijkerbroek aangebracht. Op de afbeelding hierboven zie je de rechter voor/steekzak met het kleine zakje er in, en bij de ‘aanzet’ van de steekzak een ‘spijker’.


Daarnaast zitten er ook (vaak 7) riemlussen op een spijkerbroek.  Ook zijn er 6 ‘rivets’ op = metalen klinknagels die voor de versteviging aangebracht zijn, om scheuren te voorkomen, zoals op de riemlussen en de hoeken van de zakken. Wat ook opvalt zijn de dikke dubbele naden, de zgn. ‘kapnaden, waarbij een extra dik garen is gebruikt in twee parallelle rijen (vaak donkergeel/oranje).


Omdat ik voor mijn komende projecten ‘gebruikte’ spijkerbroeken zoek, ben ik verbaasd over het aantal verschillende soorten en maten: niet alleen gemaakt van 100% katoen (wat ik zoek), maar ook ‘stretch’, waarbij ‘elasthaan’ gebruikt wordt om draagcomfort te creëren. Dus mijn eigen oude spijkerbroeken die onderin de kast lagen om er ooit ‘iets mee te doen’ opgezocht, en via kringloopwinkels grote maten spijkerbroeken aangeschaft (dat is dan nog te doen), waarbij mijn collectie groeit en groeit… Het mooiste vind ik dat er toch heel veel verschillende kleuren en weefsels zijn, wat de projecten alleen maar interessanter maakt. ‘Blue jeans’, de échte ‘blauwe’ spijkerbroeken ben ik nergens tegengekomen, alleen de denim broeken.


Eerst alles maar wassen, zodat geurtjes ed. eruit zijn. Tijdens de warme dagen deze zomer droogt alles snel. Ik verzamel nog even door, en ga vanaf het najaar met deze ‘jeans’ aan de slag. Ben je benieuwd wat ik ga maken? Kijk dan gewoon weer op deze BERNINA Blog.

 

Groetjes

Sylvia Kaptein
www.sylviasartquilts.nl

 

(*op aanvraag, of via mijn eigen collectie kun je dit bestellen. Mail me hierover via sylvia@sylviasartquilts.nl)

Bronvermelding/aantal afbeeldingen: Wikipedia.

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

2 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Sylvia Kaptein

    Ben op dit moment aan het verzamelen, wassen en alles een beetje op kleur leggen. Ik ga er in ieder geval mee experimenteren op mijn B770QE

  • moois van mie moois van mie

    Ik heb de pech dat ik heel snel door broeken scheur: zware bovenbenen die tegen mekaar schuren. Op enkele maanden zijn ze stuk. Mijn jeansbroeken gooi ik echter niet weg want ik plan ooit een quilt te maken van de stof. Ik maakte wel al patchwork kussentjes van oude broeken. Ik ben benieuwd wat jij er mee gaat doen!

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam