Creatieve berichten over naaien

Nr. 22: BERNINA Overlocker en B770QE: 3 zomerjurkjes van tricotstof

Het kan nog nét: snel 3 zomerjurkjes voor de meiden (3 kleindochters) maken, van mooie zachte katoenen tricotstof. De BERNINA Overlocker en de B 770 QE gaan hierbij weer samenwerken (de combinatie is ijzersterk!). Ze hebben alle drie hun eigen stof uitgezocht. Van bestaande jurkjes die ze droegen heb ik zelf een patroon gemaakt: voor de oudste een rechte jurk die iets getailleerd is (geen coupenaden, maar de snit aan beide zijkanten), voor de middelste en de jongste een jurk met bovenpas en aangerimpelde rechte rok.


Drie leuke stofjes: bloemen, flamingo’s en speelse jungledieren liggen klaar. Omdat bij alle drie de stofjes wit overheerst, gebruik ik wit lockgaren op de 1300MDC en wit naaigaren (boven en onder) op de B770QE. Ze staan naast elkaar om allebei te gebruiken, maar ik wil het meeste op de Overlocker doen.


Allereerst even een proeflapje maken: ik gebruik steek 3 (gebruik ik toch wel het meeste), en zet de spanning op normaal (zie handboek). Wel zet ik de steek lengte op 4.0. Zowel bij het werken op een enkele laag als een dubbele laag gaat het zo prima.


Omdat alle drie de meiden extra gevoelig zijn voor naden, maak ik bij elk jurkje een belegdeel van de bovenkant van het volledige voor- en achterpand: de onderkant hiervan valt dan in hun middel. Dat geeft me direct de mogelijkheid om de naden van hals en armsgaten anders af te werken dan dat je er een biaisbandje of een boordje aan/in zet. Ik begin met het jurkje van de oudste. De onderkant van de belegdelen werk ik het eerste af.


Voordat ik begin met het maken van de steken, knip ik een heel klein strookje van de stof af, om de afstand van naald en mes van de Overlocker op te vangen: zo kan ik nu de stof helemaal tegen de naald aanleggen, en worden de steken direct op het eerste stuk stof/stoffen gemaakt, en zit het mes daar waar de stof op de gewone breedte gehouden is. Gewoon een handigheidje.


Pand en belegdeel worden op elkaar gespeld: voorpand en belegdeel voorpand met de goede kanten op elkaar, en achterpand en belegdeel achterpand met de goede kanten op elkaar. De armsgaten en hals liggen gelijk.


Met blauwe wateroplosbare stift geef ik met stipjes de naadtoeslag voor de schouders aan, PLUS puntjes opzij waar ik begin of eindig met het maken van locksteken om zowel de schoudernaden als de hals deels vast te zetten. Die blauwe stipjes aan de schoudernaad gebruik ik om er zeker van te zijn dat de naald dáár komt, en ik niet teveel of te weinig door het mes af laat snijden. Sommigen naaisters kunnen dit uit de losse pols doen, ik heb liever een indicatie waar ik moet stikken/locksteken moet maken.


Hier zie je goed wat ik bedoel: in de opening van de persvoet zie je een blauwe stip: hier moet de naald opkomen. Ik schuif de stof dan zover onder het voetje dat de naald daar dan ook opkomt (op de afbeelding hierboven zie je dat de stof nog wat naar links teruggeschoven moet worden).

De naden van armsgaten en hals zijn genaaid tot aan of vanaf de aparte blauwe stip = ca. 3 cm vanaf de kant. Dat heb ik bij beide dubbele panden gedaan (ik wijs het met de schaar nog even aan). Omdat een Overlock machine niet achteruit kan naaien, moet je wel op de stip beginnen. Ik maak me niet druk over het begin: of dit goed vastzit of niet, want er wordt nog overheen genaaid/gelockt.

 
Ik keer één pand/belegdeel (achterpand) en schuif dat in het andere pand met belegdeel (voorpand), zodanig, dat ik beide schouders kan pakken. Ik zal dit verderop nog even beter laten zien bij de andere jurkjes.


De schouders worden op elkaar gespeld – ieder apart, twee aan twee tegenover elkaar. En deze zet ik vast – op de rij met blauwe puntjes – met de locksteek, van de ene kant naar de andere kant.  Op de afbeelding hierboven zie je de puntjes weer goed: ik schuif het op die plek onder de naald en weet dan zeker dat het stiksel dat de twee delen met elkaar verbind op de juiste plek komt (de rest wordt door het mes afgesneden). Je moet dan wel vantevoren weten hoeveel naadtoeslag je hebt genomen als je een patroon gaat tekenen…


Hier zie je dat ik zoveel mogelijk op de blauwe puntjes heb genaaid (al is dat rechts iets minder goed gelukt)…


Dan haal ik een deel van de panden door de opening tussen twee schoudernaden zodat de zijnaden die nog open staan zichtbaar worden: ze kunnen nu plat gelegd worden en gelockt. Daarbij begin ik ca. 2 cm op een al gelockt deel, en eindig ook 2 cm op een gelockt deel, zodat hier dubbele steken komen waardoor alles goed vast zit.


Ik speld dat goed, om zo ook de panden binnenin weg te duwen: daar moet je niet overheen naaien.


En dan zitten alle kanten dicht. Dit heb ik bij alle 4 de zijkanten bij de schoudernaden gedaan: 2 x voorpand + beleg en 2 x rugpand + beleg.


Zo zit alles netjes in elkaar, en heb ik nogmaals geen biaisband of boordstof nodig om de armsgaten en hals af te werken: ze zijn nu al afgewerkt.


Nu moeten alleen de zijnaden van de panden en belegdelen nog dicht: dat doe ik in één keer door ze op elkaar te leggen, waarbij alles netjes doorloopt.


Zo, die zijn ook netjes dicht genaaid.Nu even de 2e en 3e jurk in elkaar zetten:


Jurk 2 en 3 hebben een vergelijkbaar bovenpand: daarvan zijn voorpand en belegdeel gelijk. Ik maak ze op dezelfde manier als bij het eerste jurkje, waarbij ik hier nog even duidelijker laat zien dat het voorpand met belegdeel naar de goede kant gekeerd zijn, en het rugpand met belegdeel niet: ze worden in elkaar geschoven om de schoudernaden op elkaar te krijgen.


Ook die worden gespeld, net als bij het eerste jurkje.


Jurk 2 en 3: panden ook klaar. Grappig dat de middelste en de kleinste kleindochter bijna dezelfde maat hebben. De jurk voor de eerstgenoemde is alleen langer…


Beide jurkjes hebben rechte rokken, die aan de bovenkant gerimpeld moeten worden. Dat doe ik op de B770QE: daar ga ik de stiksteek als ‘rijgsteek’ gebruiken, door deze op 4.0 te zetten – ik vergroot de steek dus flink.


Dan maak ik 2 stiksels op halve voetje breedte naaste elkaar. BELANGRIJK: ik maak geen beginsteken, maar laat de begindraden ca. 10 cm lang hangen, houd ze vast bij de eerste paar steken en laat aan het einde ook de draden ca. 10 cm. hangen = niet afhechten.


Ik heb bij zowel de panden als bij de rokdelen het midden aangegeven (speld of markering), en trek dan vanaf een zijkant van het rokdeel de onderste draden (2 stuks naast elkaar) voorzichtig aan, waarbij ik de stof wegduw, naar het midden toe. De stof rimpelt perfect, omdat ik twee lijnen heb gemaakt, blijven de rimpels er prima tussen schuiven.

Dat doe ik met het linker deel tot aan het midden, en vanaf de andere kant met het rechterdeel tot aan het midden. En dan zit alles prima qua maat, ten opzichte van de maat van het pand.


Met de lockmachine zet ik alles aan elkaar: pand en rokdeel, waarbij ik het gladde deel van het pand boven houdt. Zo glijdt de persvoet er makkelijker overheen.


De rijgdraden kunnen er nu uit. Soms blijf je bij katoenen tricotstof wat gaatjes zien van de naaldpunt/rijgsteken. Als de met je nagels een beetje over de stof gaat, verdwijnen ze. Meestal ook wel als je zo’n kledingstuk eenmaal gewassen hebt. Dat ziet er ook prima uit, toch?


En ook bij jurkje 2 en 3 gaan de zijnaden van pand/rokdelen en belegdelen op elkaar. Zie je hoe ver vanaf de kant ik de spelden zet? Dat is om te voorkomen dat het voetje/het mes er tegenaan kan komen. Ze zitten verder dan de breedte van de persvoet: zo kan ik ze eventueel laten zitten terwijl het voetje er naast komt. Bovendien zet ik de punt van de speld altijd in de richting van het persvoetje, zodat ik de (platte) kop van de speld makkelijk kan pakken. Dit dichtnaaien van de zijnaden doe ik weer met de locksteek.


Wat er nog moet gebeuren? O ja! De naden van armsgaten en halsopening op elkaar naaien. Ik gebruik steek 11 (stretchsteek) van de B770QE: ik gebruik GEEN stiksteek, omdat deze niet elastisch is. De stretchsteek gaat wat schuin naar voren en naar achteren, zodat er ruimte is om stoffen/naden uit te rekken. Ze moeten er per slot van rekening met armen en hoofd wel door kunnen….


Het Open Borduurvoetje #20C wordt weer gebruikt: ik kan de zijkant van de rand/naden van armsgaren en hals tegen de binnenkant/rechterdeel van het voetje zetten, om zo steeds op gelijke afstand de steken te maken.


Hierna heb ik de belegdelen en de rokdelen op de naden met een paar handmatige steekjes vastgezet, zodat de belegdelen niets steeds verschuiven bij het aan- en uittrekken. Dit is het enige dat ik met de hand gedaan heb….


En dan nog de zoom. Bij jurk 1 heb ik een extra grote zoom laten zitten, en een dubbel stikstel gemaakt. Jurk 2 en 3 hebben een iets kortere zoom, want de jurken waren al erg lang. Alles is dus enigszins op de groei gemaakt.


Hier zie je nog even hoe ver het beleg aan de binnenkant zit: geen prikkende naden…


Zo: drie jurkjes voor drie lieve meiden – dat ze er maar lang plezier van mogen hebben!


UPDATE: de jurkjes vielen zo goed in de smaak, dat ze alledrie nóg zo’n jurkje wilden, maar dan allemaal van dezelfde soort stof, andere kleur en print. Meteen maar gemaakt, want het patroon lag nog bij de naaimachine. 

Lock- en naaigroeten,

Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam