Creatieve berichten over quilten

Free motion veren quilten: hoe begin je?

Vaak krijg ik de vraag: ‘Hoe leer je mooie veermotieven quilten via Free Motion op je machine’? Ondanks workshops en aanwijzingen blijven sommige quiltsters hiermee worstelen. Vooral de ‘natuurlijke’ veermotieven zijn populair, waarbij je alle richtingen op kunt werken zonder je sandwich/blok te hoeven draaien. En hoe makkelijk het ook klinkt, het is niet altijd zo eenvoudig om de kunst te pakken te krijgen.


Eigenlijk zit er maar ding op: oefenen, oefenen, oefenen…. Hoe vervelend sommigen het ook vinden als ik dit als antwoord geef; het is het enige dat werkt. Het maken van veermotieven – of die nu eenvoudig of ingewikkeld zijn – blijft een kwestie van leren om alle kanten op te werken, om heen en terug te gaan, zijwaarts en weer verder, zodanig, dat alles gelijkwaardig gequilt wordt, en de veren van de motieven dezelfde uitstraling krijgen, dezelfde herhaling (niet noodzakelijk dezelfde grootte), alsof alles is gestempeld of bedrukt. (Op de afbeelding hierboven zie je dat ik veermotieven heb gebruikt om de grote ‘negatieve’* ruimte (lichte stof) vol te zetten. Daarbij heb ik alleen de ‘nerven’ getekend en de rest uit de vrije hand – vaak via tellen van het aantal veren per stuk – gequilt)


Je kunt tevreden zijn als je quiltwerk er van een afstand netjes en regelmatig uitziet. Wie met zijn neus op het werk gaat zitten, kan je altijd oneffenheden ontdekken (zeker als je er écht naar zoekt!), maar daar gaat het niet om. Je bekijkt een olieverf schilderij ook altijd van een afstand, om het algemene plaatje te kunnen zien. Als je dat van heel dichtbij bekijkt, zie je alleen maar klodders en vegen verf, en niet de voorstelling.

Je bent zelf per slot van rekening geen machine, al gebruik je er één om mee te werken. Je zult merken dat alles het begin het wat schokkerig kan gaan. Naderhand krijg je er meer handigheid in en wordt je werk regelmatiger, omdat je jezelf aanleert om via deze methode te werken. Je bent eigenlijk met (machine)naald en draad aan het tekenen. OK: je beweegt de sandwich/blok en de naald blijft op één plek staan; dat is dan anders dan werken met een potlood/pen, waarbij het laatste bewogen wordt en je werk stilligt. Maar net als bij het echte tekenen maak je ook niet bij de eerste poging een meesterwerk: dat lukt pas na veel proefstukken.


Het is vaak beter om wat grotere veren te maken dan hele kleine/smalle: hoe meer je quilt hoe dichter het werkstuk wordt. Een veermotief is meestal een blikvanger: door wat groter te werken komt er reliëf bij de (3) lagen van de quilt. Hoe fijner je quilt, hoe dichter het wordt, hoe minder je motief zal opvallen. Dat geldt in ieder geval voor grote werkstukken (zie afbeelding) waar je de ruimte hebt om grotere veermotieven te maken. Maak je een kleiner project, dan kun je de veermotieven soms ook fijner maken.

Hoe begin je? Met tekenen dmv. gebruik van potlood en papier. Heel eenvoudig dus. Niet meteen de machine pakken maar eerst proberen en de oog-hand coördinatie in orde te krijgen. En ook daarbij geldt weer: hoe meer je tekent, hoe makkelijker het gaat en hoe beter je voorbereid bent om via de machine te quilten.


Voordat ik op een sandwich ga quilten, maak ik allerlei tekeningen om uit te proberen wat en hoe het quiltwerk kan gaan worden. Mappen vol met proefstukken, die ik allemaal bewaar – hoe ‘slecht’ ze ook zijn – om altijd terug te kunnen vallen op bepaalde ideeën. Het lijken soms krabbels, maar vaak zijn het uitwerkingen op schaal, om te zien hoe groot of hoe klein ik kan werken. Als ik het met de hand/potlood kan, dan kan ik het ook met de machine: zo is mijn instelling.


Veermotieven zijn er in allerlei soorten en maten. Je kunt ze enkelvoudig tekenen, met krullen, voorzien van extra versieringen en wat je maar wilt. Op de tekening hierboven zie je dat ik diverse variaties heb uitgeprobeerd. De veren zelf zijn redelijk constant van uiterlijk, maar niet allemaal gelijk. Je past ze aan de werkruimte die je hebt op je quilt aan. Daarnaast moeten ze ‘zo natuurlijk mogelijk’ verlopen, oftewel net als bij echte veren.


Ook gebruik ik de ‘negatieve ruimte’* naast/tussen veren om met fijn quiltwerk op te vullen: bij het tekenen haal ik mijn potlood/pen NIET van het papier af = zoveel mogelijk tekenen in één doorlopende lijn. Met je machinenaald doe je hetzelfde: je gaat niet steeds per rondje of stukje veermotief afhechten en weer opnieuw aanhechten voor een volgende. Het is de bedoeling om dat zo min mogelijk te doen en alles zoveel mogelijk in één doorlopende lijn te quilten.


Kijk eens naar een échte vogelveer
: hoe zit deze in elkaar. Is hij recht? Nee, altijd wat gebogen. Is hij symmetrisch? Nee, de ene kant is vaak wat voller dan de andere kant. Zijn alle delen even groot? Nee, aan de onderkant/ vanaf de schacht (pen), soms dons = anders, dan komt een breder deel met de vlaggen, waarbij baarden met haakjes in elkaar grijpen: het loopt smaller uit, in een punt. Is een veer altijd dicht? Nee, soms staan stukken ‘open’ of zelfs verdwenen (slijtage), oftewel de baarden/haakjes van de veer grijpen niet meer in elkaar. Is de schacht (pen) recht, en gelijkmatig? Nee, meestal afgerond en dikker bij de basis dan bij de bovenkant… Enzovoorts.
Als je via Clipart (let op ©) een getekende veer opzoekt, kun je zoiets als bovenstaande afbeelding tegenkomen. Dit is een goed voorbeeld om te oefenen om een gequilt veermotief van te maken, dmv. tekenen. Je kunt de tekening HIER downloaden als .pdf.


Print hem uit op wit papier, leg er een doorzichtig A4tje overheen en teken het motief over, maar dan alsof je gaat quilten: je hoeft niet alle onderdelen te tekenen, maar gebruik alleen de grote ‘lijnen’- kijk hoe je rondingen kunt maken voor een quiltmotief.


Begin met de schacht (pen): dat is je uitgangspunt. Werk van het begin naar het einde en terug, waarbij de bovenkant/einde iets smaller is dan het begin. Alles zonder het potlood/de pen van je werk af te halen.


Teken dan langs één kant veermotieven, waarbij je de vorm van het voorbeeld volgt. Let erop dat de veren niet te statisch worden: er mag ‘beweging’ inzitten. Dus bij rondingen kleinere en grotere stukken afwisselen. Ze hoeven echt niet gelijkmatig te zijn: als de uitstraling maar zo ‘natuurlijk’ mogelijk wordt.


Langs de bovenkant werk je de andere kant af, waarbij de ‘veren’ omgekeerd staan. Dat is even oefenen, omdat je nu ‘andersom’ moet denken/werken. Mijn veermotief is nu ‘rondom’ getekend: je ziet dat ik lange stukken heb getekend, korte stukken en zelfs kleine stukjes ergens tussenin, om ruimte op te vullen. Maar allemaal op volgorde: van het begin/dikke deel van de schacht naar boven en via de andere kant weer naar het begin/dikke deel toe werken.

De manier van tekenen of de richting waarin je tekent, van je af of naar je toe, kan ook bepalend zijn. Je zult merken dat de ene kant op werken beter gaat dan de andere kant op (je bent immers ook links- of rechtshandig. Ook dat is een kwestie van oefenen: uiteindelijk is het prettig als je alle kanten op kunt werken zonder dat het werk wezenlijk verschilt.


Bij de tekeningen hierboven zie je dat linksboven het werk te ‘stijf’ is = te recht. Daaronder naar links/bovenlangs getekend waarbij de veren wel schuiner staan, maar nog te stijf. Onderaan links vanaf de andere kant gaan tekenen waarbij het wat soepeler liep. De tekening rechts laat twee richtingen zien waarop getekend is: als eerste onderlangs naar de bovenkant toe, vanaf de top bovenlangs terug naar de onderkant. Dat ziet er al wat Natuurlijker uit.

Het maakt ‘dus niet uit of je ‘bovenlangs’ of ‘onderlangs’ begint; dat bepaal je zelf. Zorg er alleen voor dat je veermotief een ‘constante’ uitstraling krijgt. Pas als je – na meerdere oefeningen – een regelmatig patroon in je eigen tekenwerk ziet, kun je een stap verder gaan. Maar nog niet direct op je ‘goede’ werkstuk quilten!

Bij het geven van een workshop ‘Free motion quilten’ geef ik deze volgorde altijd aan:
1) Tekenen van het motief tot je het ‘in je vingers’ hebt.

2) Je tekening met de naald van je machine perforeren: haal de draad uit de naald en spoeltje uit de machine. Zet de machine aan en volg de lijnen van je tekening, alsof je aan het quilten bent. Alles zoveel mogelijk in één voortgaande beweging, heen en weer over de lijnen (dus af en toe twee keer over hetzelfde stuk om naar een ander deel te kunnen gaan), zoals je ook zou doen mét garen.
NB: bij sommige naaimachines is dit niet mogelijk: de machine geeft dat zelf aan. Zet dan toch garen in de machine – onder en boven – en stik over het papier.

3) Gebruik een proeflapje van de materialen van je werkstuk, en teken alleen de schacht met wateroplosbare stift, om zo de basis van de veer te plaatsen. Zet garen bovenop de machine en in het spoeltje, en werk nu ‘vanuit je geheugen’  eerst de schacht af en dan de veren uit de vrije hand (niet getekend). Is dat nog lastig? Teken dan toch ook de veren erbij met wateroplosbare stift, en quilt ze. 

4) Gaat alles goed? Dan kun je nu op je goede werkstuk werken: bij voorkeur een kussen of klein quiltje. Daarbij teken je vaak alleen nog maar de schacht met wateroplosbare stift, en verder werk je uit de vrije hand in de beschikbare ruimte van een blok of stof. 

5) Oefen veel, niet alleen met tekenen maar ook met het quilten zelf. Pas als je zekerder wordt van jezelf kun je veermotieven via Free motion quilten op een groter werkstuk zetten, wat wel weer lastiger ‘onder’ je machine te krijgen is. Dat kan van invloed zijn op je quiltwerk.

Ga het gewoon proberen, maak veel tekeningen en altijd proeflapjes en bedenk wel dat – als iemand je quiltwerk met prachtige veermotieven laat zien – daar ook heel wat jaren aan oefenen en doorzetten aan vooraf is gegaan.

Quiltgroeten
Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio:

 

 

*Negatieve ruimte van een quilt is de ‘achtergrond’: motieven maar ook applicaties en patchwork figuren vormen de positieve ruimte, omdat de aandacht daar naartoe getrokken moet worden. Alles wat daarbuiten valt wordt ‘negatief’ genoemd. Dat wil niet zeggen dat je daar geen leuke motieven in kunt zetten….

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam