Creatieve berichten over borduren

Les 102: BERNINA Borduursoftware V8: meer over trekcompensatie

Nav. veel vragen van V8 gebruik(st)ers dit onderwerp: het schijnt iedereen toch wel bezig te houden, zeker Blijf je vragen insturen aub: daar zijn deze ‘lessen’ ook voor bedoeld! De theoretische kant, maar ook de praktische kant van machinaal borduren wordt hier uitgebreid belicht.

Vraag 1: Wat betekent ‘Pull Compensation’ en wanneer gebruik je dit?
Vraag 2: Hoe krijg ik mooie rondingen uitgeborduurd via mijn machine, zonder dat ze gaan trekken?
Vraag 3: Waarom wijken de stiksteken van mijn borduurmotief vaak af van de laatste rand? Er onstaat zelfs een lege ruimte tussen middendeel en omlijningen. Soms maar aan één kant, terwijl het aan de andere kant perfect aansluit.

Allereerst het volgende: naai- en borduurmachines zijn van oorsprong ontworpen om rechte lijnen te stikken. Van voor naar achteren of van achteren naar voren, en eventueel zijwaarts (ook recht). Afhankelijk van de gebruikte garens (katoen rekt niet/minder dan bv. polyester) willen de gemaakte steken altijd ‘terug’, in elkaar gaan zitten, want dat is de natuurlijke beweging als steken lang zijn. Beide garens (0nder- en bovendraad) worden naar elkaar toe getrokken, waardoor een spanning ontstaat. Als die spanning ‘losjes’ is, valt de trekkracht mee, maar als de spanning zwaarder staat, kan een stof intrekken.

Borduurmotieven met bv. Satijnsteken overlappen een lang stuk, waardoor de trekkracht groter is. Ook motieven met Stiksteken waarbij de steken ‘langer’ zijn, kunnen daardoor ingetrokken worden. Bij rechte lijnen is dat minder dan bij rondingen.

Zodra je van rechte lijnen afwijkt, kunnen er verstoringen optreden: hoe meer naar de schuine kant (45°) hoe meer alles kan gaan trekken/golven. Dit heeft zowel met de weefrichting van stoffen te maken en de gebruikte verstevigingen (stabilizers) als met de dichtheid van onderlagen en borduurmotief.

Ronde figuren hebben altijd een paar punten waar een ‘rechte’ lijn zit, horizontaal en verticaal aan twee kanten, maar die zijn maar heel klein bij bv. een cirkel, omdat de rest van de ronding van de rechte lijnen afwijkt. Een rechte lijn wordt bij het raster aangeduid op  0° (360°), 90°, 180°, 270° . Alles wat daartussen zit, van 1° t/m 89°, 91° t/m 179°, 181° t/m 269° en 271° t/m 359° wijkt hiervan af en is dus NIET recht. Dat betekent dat bij het uitborduren meer verstoringen kunnen komen, zeker als er schuin-van-draad geborduurd wordt (45°, 135°, 225° en 315°). Daar is de TREK van materialen het grootste.


Stoffen worden meestal in twee richtingen geweven: verticaal en horizontaal.
Verticaal is de draadrichting = hoe de draden van een weefsel op het weefgetouw zitten (schering- of kettingdraden): als je aan een stof in deze richting trekt, rekt de stof niet of nauwelijks uit.
Horizontaal is dwars op de draadrichting = hoe de weefspoel de draden onder en boven de verticale draden weeft (inslagdraden). De stof rekt in deze richting iets meer uit.
Zodra je bij een stof schuin-van-draad (45°) gaat werken, trekt de stof enorm.

Ook niet-geweven materialen, zoals verstevigingen (stabilizers) hebben een pers-richting: meestal verticaal, omdat het materiaal over een lange band geperst wordt in de lengte richting. Er is dus minder rek in de lengte, meer in de breedte en zelfs veel schuin.

Als je dat weet, kun je je voorstellen dat bij het maken van een borduurmotief op de stof het motief door de steken ‘recht’ wil trekken, en als het materiaal/de stof op het schuine gedeelte bewerkt wordt, kan alles meer intrekken.

Soms kiest een borduur(st)er ervoor om 2 lagen verstevigingen in te spannen: één in de lengte en één in de breedte, om zo de trekcompensatie te geven, of voor een dikkere versteviging ipv. een geadviseerde dunnere, maar dan hangt de kwaliteit van het borduurwerk nog wel af van de bovenste materialen/stoffen.

Ook al houd je rekening met al het bovenstaande, het is goed om bij een borduurmotief vantevoren de trekcompensatie aan te passen.


Als je bv. een figuur met rondingen wilt maken kun je dus op veel kanten een ongewenste ‘trek’ krijgen. Om te laten zien wat je daaraan kunt doen bij het maken van een borduurmotief in V8, maak ik een ellips. Als je goed naar het borduurvoorbeeld kijkt, én via het Overzichtsscherm (docker, rechts van je werkvlak) dan zie je dat alle Stiksteken in één richting lopen. Ook kun je de Underlay zien: de onderliggende steken die het eerst gemaakt worden om een basis/versteviging aan de borduursteken te geven, in de vorm van je motief: deze steken lopen (vaak) in tegenovergestelde richting. Ze lopen zelfs schuin als je ten opzichte van het raster kijkt.


Op de afbeelding hierboven laat ik via ‘Steekspeler’ de ovale figuur maken. Zo kan ik zien dat de Underlay steken in de verticale richting gemaakt worden (lange kant),


en de Stiksteken in de horizontale richting (korte kant). Zo zie je dat de basis en de uiteindelijke steken dwars op elkaar gemaakt worden wat dus al een trekcompensatie is. Maar alleen in beide richtingen, niet schuin.


Klik met de rechter muisknop op het object, waardoor het menu ‘Object Eigenschappen’ wordt geopend.


Klik daarna op de ‘Effecten’ button en klik het tabblad ‘Anders’ aan.


Daar kun je de ‘Pull Compensation’ box aanklikken.

Daar zie je dat er bij de Í'(info) drie instellingen worden weergegeven:
0.20mm = toepasbaar voor de meeste objecten (standaard)
0.35mm = aanbevolen voor dikke letters
0.40mm = aanbevolen voor Automatisch digitaliseren en Toverstafje

Wat er gebeurt als je een wijziging aanbrengt is dat je de borduurmachine aangeeft dat de spanning van de steek = het trekken/duwen bij de randen voorkomt dat bv. de vulsteken weggetrokken worden van de Outline (omranding) of kantsteek, maar het voorkomt ook het eventuele op elkaar stapelen van steken. Bij 0.20mm zou de machine meer trekken dan bij 0.40mm, dus kun je bij borduurmotieven waar je een perfecte ovaal (of cirkel) wilt borduren de Trekcompensatie het beste op 0.40mm zetten.

Nog een tip: zet eventueel de Verstevigingslaag (Object Eigenschappen, Effecten, genoemd tabblad) op 2.00mm steeklengte. Dat betekent dat de steken korter worden/meer op elkaar gezet worden, waardoor er minder ‘trek’ ontstaat.

Maak je dikkere motieven, bv. met een 3D satijn-omlijning, dan worden de steken daar nog meer aangetrokken, om de dikte te krijgen. Dan zet je de instelling op 0.35mm. 


Alles om te voorkomen dat je aan één kant van je borduurwerk openingen blijft zien, terwijl het er op je beeldscherm toch zo prachtig uitzag.

Al met al toch weer een kwestie van niet zomaar borduren, maar bedenken hoe een motief in elkaar zit en welke materialen je gaat gebruiken. Zelfs bij kant-en-klaar gekochte borduurmotieven is het belangrijk om deze gegevens ivm. Trekcompensatie, Underlay en eventueel Verstevigingslaag na te kijken en er niet van uit te gaan dat alles wel goed zit. Je weet niet altijd met welke materialen het oorspronkelijke motief is geborduurd, en of je dan dezelfde materialen gebruikt en zelfs of je het op dezelfde manier inspant. Het loont de moeite om proefstukken te maken en dan te kijken wat het beste resultaat geeft (maak vooral altijd aantekeningen).

Volgende keer weer een ander onderwerp, al dan niet via vragen van gebruik(st)ers:

Kijk je dan weer mee?

Borduurgroeten,
Sylvia Kaptein
www.sylviasartquilts.nl

 

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam