Creatieve berichten over quilten

Smart corners bij patchwork/paper piecing

Bij patchwork en paper piecing worden onderdelen van stof die vantevoren gesneden zijn, of gemaakt zijn op een papieren ondergrond, na voltooiing op elkaar gelegd en op een naadtoeslag-afstand aan elkaar gezet: tot zover bekend. Werk je voornamelijk via de naaimachine, dan gebruik je daar een speciaal persvoetje voor, bv. Patchworkvoet #97D bij de BERNINA 770QE of andere BERNINA machines, waarbij je dan ‘voetjebreed’ werkt = afstand van rechterkant(of ander deel) van het voetje tot de naald. Dat is dan de exacte maat van de naadtoeslag. In het geval van voetje #97D gebruik ik het voor 1/4 inch breedte.Naai je op de papieren kant van een paper piecing Unit, dan gebruik je de gedrukte of getekende naailijn als geleiding, maar haal je het paper weg na het maken van zo’n Unit, of werk je met losse stukken stof, dan werk je ‘voetjebreed’ via zo’n speciaal persvoetje. Bij het aan elkaar zetten van de gesneden onderdelen van stof let je er op dat de zijkant van de op elkaar gelegde stoffen gelijk komt met de zijkant van het voetje (of de binnenkant, wat bij dit voetje ook kan maar dat is voor een andere maat naadtoeslag), en de naald zorgt ervoor dat de steken die gemaakt worden exact op de juiste afstand komen = de naailijn.

Ook zijn er patchworkvoetjes met een geleider aan de rechterkant, zoals de #57 of #57D (D staat voor Dual Feed): deze houd je dan tegen de zijkant van de stof/onderdelen aan, waardoor de naald op 1/4 inch afstand van de zijkanten de steken maakt.

Bij het op elkaar leggen en naaien van vierkanten, rechthoeken of stroken gaat dat heel eenvoudig van hoek tot hoek: alles past direct, als je de hoeken goed op elkaar gelegd hebben, omdat ze allemaal 90° zijn.

Dat doe je door de stoffen of gemaakte paper piecing Units (met of zonder papier) op elkaar te leggen en op te letten dat de hoeken exact op elkaar liggen. Je naait dan op 1/4 inch afstand van de zijranden, vouwt de stoffen of Units naar de goede kant en alles loopt gelijk en netjes door. Dat werkt bij de genoemde rechte figuren, maar wat als je met puntige hoeken of rondingen te maken krijgt?


Dan maak je gebruik van zgn. Smart Corners, en als je geluk hebt, zijn die bij je patroon van de onderdelen of paper piecing Units al voorbereid. Kijk maar eens naar de boog op de afbeelding hierboven, die op een papieren ondergrond is gedrukt: je ziet dat ik het papier bij de hoeken eerst ‘recht’ heb afgesneden als voorbeeld. Zo worden veel patronen geleverd, waarbij je al ziet dat de hoeken geen 90° zijn. De hoek linksboven op de afbeelding is groter dan 90°, de hoek rechtsonder is kleiner dan 90°. Zou je hier een rechthoek/strook onder leggen die er exact aangenaaid moet worden, dan mis je een stukje bij de hoek of heb je een stukje teveel, en dat is frustrerend.

Vandaar dat je bij dit soort patchwork of paper piecing de Smart Corners kunt maken: op de papieren Unit hierboven is dat al voorbereid. Bij de hoek linksboven kun je nog een klein stukje afsnijden op de dichte lijn en bij de hoek rechtsboven kun je zelfs twee stukjes afsnijden: dit alles is door de ontwerpster al uitgedacht om alle onderdelen naderhand goed op elkaar te laten passen, want zij weet welk onderdeel daar aangenaaid moet worden.


Wat het verschil is tussen  ‘standaard’ patchwork en paper piecing en goed uitgedachte patronen, kun je op de tekening hierboven bekijken: ik heb steeds twee vormen bij elkaar gezet waarvan de linker ‘standaard’ is en de rechter een Smart Corner bevat.

  • Bij het eerste groepje heb ik een links hoek van 90° getekend zoals je bij vierkanten, rechthoeken en rechte stroken ziet. Bij dezelfde vorm rechts daarvan heb ik een Smart Corner gemaakt, omdat de ontwerpster bij het maken van een quilt weet dat daar bijvoorbeeld een stuk stof of een Unit op genaaid moet worden waarbij de vorm anders is. Door beiden dan (omgekeerd) op elkaar te leggen past alles precies vanuit de hoek(en): een stuk makkelijker, zoals ik je later in deze tekst laat zien.
  • Het tweede groepje vormen, rechtsboven, laten een ronding met een punt zien. Deze punt steekt heel ver uit, waardoor je niet meer goed kunt zien waar nu de 1/4 inch naadtoeslag begint. Bij de tekening rechts daarvan heb ik een Smart Corner gemaakt, zodat je de 1/4 inch naadtoeslag exact kunt vinden.
  • Het derde groepje, linksonder, laten een scherpe rechte hoek zien, kleiner dan 90°: ook hierbij steekt de punt veel verder uit, en bij de tekening daarnaast niet meer ivm. de Smart Corner.
  • En zo ook bij het vierde groepje, rechtsonder: een hoek, groter dan 90°, waarbij het lastig is om een lapje er bovenop te leggen met een scherpe punt zoals die van linksonder. Dus ook hierbij een Smart Corner gemaakt – zou je nu een lapje van de derde vorm op die van de vierde vorm leggen, dan werkt het prima met zo’n Smart Corner, maar is lastiger als die niet gemaakt is. 

De praktijk.


Bij het op elkaar naaien van de gemaakte paper piecing Units van de ‘Dinner Plate Dahlia Wall’ quilt, waar ik mee bezig was, kwam ik regelmatig Smart Corners tegen, en daar ben ik écht blij mee. Ik heb bij alle Units het papier al weggescheurd, en heb geen lijn in het zicht waarop ik de steken kan naaien.

De quilt bevat heel veel rondingen, waardoor er bijna nooit rechte naden zijn (op een paar na), en zeker geen hoeken van 90°. Onderdelen worden op elkaar gelegd, ‘hol op bol’ en dan merk je – als je eerst beide hoeken op elkaar legt en even vastzet met een tipje lijm van de Bohin Glue pen – dat alles past door die Smart Corners. Soms begin je vanuit het midden of vanuit bepaalde vantevoren aangebrachte Reference Points, die op elkaar gelegd moeten worden, maar meestal vanuit de hoeken.


Hoe vervelend zou het zijn als je op een hoek begint, naar de andere hoek toe werkt en het past niet? En hoe geweldig is het als alles wel goed zit: kijk maar eens op de afbeelding hierboven: daar waar ik rondjes omheen gezet heb zijn de hoeken exact op elkaar genaaid, terwijl het vreemde vormen waren. Niets steekt uit, omdat de hoekjes goed voorbereid zijn.


Hier zie je een stoffen onderdeel – geen paper piecing Unit, maar een stuk stof dat tussen alle andere Units genaaid moet worden. De linkerhoek is een Smart Corner, waardoor die kant exact op een Unit gaat passen. Ik heb er geen naailijn opgetekend, omdat de manier van werken daar niet om vraagt.


Zo leg ik ze met de goede kanten op elkaar: linkerhoeken gelijk, bovenkanten later ook, alles met de stoffenlijm van de Bohin Glue pen vastgezet.


Dit ziet er strak uit, toch?


Even voor jullie een stippellijn getekend waar de steken moeten komen, maar er is nog geen lapje bovenop gelegd. Het rondje wijst naar eerder genaaide hoeken, die perfect op elkaar aansluiten.


Stofje vanuit de ene hoek erop gelegd en de Reference Points van beiden (zie pijl) op elkaar gelegd om alles goed aan te laten sluiten. Soms geef ik die Reference Points aan dmv. grove steken, soms maak ik knipjes in de naadtoeslag (klein stukje). Bij bovenstaande heb ik het laatste gedaan: als de knipjes van beide onderdelen/lapjes exact op tegenover komen te liggen, is het goed. Deze Reference Points staan op de patroondelen aangegeven: het zijn ‘tussenpunten’ die er voor zorgen dat je alles beter passend krijgt. Het is lastiger om over een lange afstand – van hoek tot hoek – alles goed op elkaar te krijgen, maar door het plaatsen van Reference Points wordt zo’n lange afstand onderbroken in kortere stukjes, die je beter kunt hanteren.


Ik leg altijd alle onderdelen die hetzelfde zijn altijd eerst bij elkaar, bereid ze helemaal voor, voordat ik het naar de naaimachine breng.


Nu kan ik alles naar de naaimachine brengen, per onderdeel/stuk achter elkaar naaien met patchworkvoetje #97D, op 1/4 inch vanaf de zijranden.


Door de Smart Corners past alles exact op elkaar. Kijk maar eens hoe goed bovenstaande hoeken aansluiten!


Zo werk ik met rondingen hol en bol, hoeken netjes gelijk. Geen spelden, maar alleen gebruik van Bohin Glue pen. Werkt perfect.


De stapel wordt al groter, het aantal dat nodig is voor de quilt staat aangegeven. Alles wordt weggelegd totdat de hele quilt in elkaar gezet kan worden.


Door de aanwijzingen te volgen heb ik nu twee stapeltje, en ga verder met de andere groepen. Volgende keer laat ik je zien hoe ik deze quilt – met veel rondingen – in elkaar zet. Kijk je dan weer mee?

 

Quiltgroeten
Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Dini Verkuil

    Dank voor de uitleg, handige tip. Ik vraag me alleen af, hoe bepaal je hoeveel je er af moet halen voor een Smart hoek.

    • Sylvia Kaptein

      Hoi Dini,
      Bij bepaalde patronen is dat al voor je geregeld, zoals bij de quiltpatronen van Judy Niemeyer.

      Soms zijn malletjes voor traditioneel patchwork ook al voorzien van die smart corners: handig als je in ieder geval weet waarom en hoe het werkt.

      Als je zelf iets gaat maken, zul je vantevoren moeten bekijken hoe alles (omgekeerd) op elkaar komt te liggen bij het op elkaar naaien: dat kun je doen bij het maken van malletjes, zodat je die al kunt voorbereiden. Het is dan een kwestie van uitproberen en alles op logische volgorde leggen.

      Sylvia

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam