Creatieve berichten over quilten

Sylvia’s Bridal Sampler, in rood wit grijs en zwart: deel 3

Vorige keer heb ik je laten zien hoe je een ‘standaard’ patchwork patroon om kunt zetten naar paper piecing. Dit keer laat ik je zien hoe je een standaard paper piecing patroon kunt wijzigen om er je ‘eigen’ blok van te maken.


Blok A3 – Bright Hopes – paper piecing patroon pg. 91 (afbeelding hierboven), aanwijzingen pg. 22, is een blok dat je kunt maken zoals het origineel aangeeft: dat heb ik dan ook eerst gedaan. Maar daarna heb ik het patroon opnieuw op het speciale Papers for Foundation Piecing papier geprint (blok scannen op 100% en afdrukken via printer), dus 2 x hetzelfde patroon geprint.


Links op de afbeelding ie je het eerste blokje – origineel – met 5 stofjes gemaakt, rechts het 2e paper piecing patroon dat ik ga veranderen om mijn eigen opzet te maken.

Wijzigen standaard patroon.


Door veranderingen aan te brengen moet je ook de volgorde van werken aanpassen. Zo heb ik vanaf de naailijn tussen 1 en 2 een extra lijn (daarboven) getekend, op 1/2 inch afstand – denk eraan: altijd een quiltliniaal met inches gebruiken, omdat alle patronen van het boek via inches berekend zijn. Ik heb voor deze maat gekozen, omdat ik het stofje ruim wil zien.


Zo heb ik bij alle stroken, nr. 2, 3, 4 en 5, een extra rand getekend, steeds op 1/4 inch vanaf de oorspronkelijke naailijn. Daarnaast heb ik bij de nieuwe vakjes hetzelfde nummer gezet als bij het nummer daarboven, en de volgorde bepaald door bij het nieuwe nummer steeds een A te zetten en bij het oorspronkelijke nummer een B. Dit betekent dat je altijd eerst de smalle rand aan het geheel gaat naaien, en daarna de bredere rand die naar de naadtoeslag wijst, wat een logische volgorde is.

Om nu uit te rekenen hoe breed een stukje stof/strookje gesneden moet worden om het nieuwe onderdeel te bedekken, meet je het nieuwe onderdeel op (in mijn voorbeeld allemaal 1/2 inch), tel daarbij 2 x een naadtoeslag van 1/4 inch bij en nog een 1/2 inch extra om ruim te kunnen werken. Voor alle A-0nderdelen op mijn nieuwe blokje moet ik dan strookjes snijden van 1 1/2 inch breed, en verder natuurlijk op de breedte van de plek waar het op het blokje moet komen.

Zoek een mooi printje.


Omdat het midden vierkant redelijk groot is, heb ik bedacht om te proberen een motief van een printstof daar exact in te krijgen. Om dat te doen heb ik een papieren malletje geknipt = vierkant, inclusief naadtoeslag, zoals het op het middenstuk geplakt gaat worden (Weet je het nog? Bij paper piecing plak je stofje nr.1 altijd, snijdt de randen terug tot 1/4 inch met de Add-a-Quarter liniaal, de vouwmal en je rolmes, en leg het volgende lapje er onder/tegenaan: dan pas ga je alles naaien). De opening in het midden is om het motief goed te kunnen ‘zoeken’: het malletje bestaat dus eigenlijk alleen maar uit naadtoeslagen.


Alles stofjes uitgesneden en neergelegd zoals ik het straks wil hebben. Zo blijf ik een overzicht houden. Voor de ‘nieuwe’ stukjes heb ik een zwart/wit streepjesstof gekozen.


Het eerste lapje erop, met Bohin Glue pen vastzetten op papier (dat kun je ook met UHU of Pritt stift doen, maar deze lijmpen heb ik altijd bij de hand),


met Add-a-Quarter liniaal en vouwmal de naadtoeslag op exact 1/4 inch snijden,


en dan het 1e lapje (van het nieuwe onderdeel = 2A) opnaaien. Lapje naar de goede kant leggen en strijken.


Zo wordt ook het 2e lapje er op genaaid = 2B. Er komen dus steeds 2 lapjes (stroken) per kant ipv. 1.


Uiteindelijk is dit blokje A3 klaar: links op de afbeelding zie je A3 origineel, rechts A3 met mijn eigen versie. Lijkt totaal anders, toch? Zo kun je blokken aanvullen, als je er meer zou willen maken, of gebruiken ipv. blokken die je niet wilt maken.


In het boek heb ik bij blokje A3 nu een 2e kruisje gezet, zodat ik weet dat ik er twee gemaakt heb.

Waar moet je op letten als je paper piecing blokjes wilt wijzigen.

  • Maak het niet te ingewikkeld. Het is niet de bedoeling dat je nieuwe blokje lastig in elkaar te zetten is.
  • Houd het aantal wijzigingen beperkt: het heeft geen zin om bv. 5 driehoekjes op een kleine plek te maken: dat zorg voor meer naden en meer stress als het niet netjes in elkaar gezet kan worden. Soms is het plaatsen van 1 of 2 extra naailijnen al voldoende.
  • Als de volgorde niet meer met A, B of C enz. te wijzigen is, ga dan alleen door met nummeren. Nr. 1 is altijd het eerste onderdeel (waar deze ook zit), nr. 2 het volgende stukje enz. Bij blokje A3 zou dan 2A en 2B resp. 2 en 3 worden, en nummer dóór tot alle onderdelen hun eigen nummer hebben.
  • Zet geen extra/verticale lijnen ‘binnen’ onderdelen: dus verdeel een onderdeel niet in meerdere onlogische stukken. Een naailijn moet altijd zodanig opgesteld zijn dat het lapje dat je als volgende op gaat naaien net zo groot is als de vorige lapje(s).

Je ontdekt vanzelf welke blokjes geschikt zijn om wijzigingen op aan te brengen, en welke niet. Ik ga weer verder met andere blokjes, de volgende keer meer.

 

Groetjes vanachter de naaimachine

Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

Moeilijkheidsgraad: Beginners
Tijd om te voltooien: een weekend
Benodigd materiaal: Add-a-Quarter liniaal, Bohin Glue Pen, Papers for Foundation PIecing, quiltliniaal met inches, rolmes, SBS boek, snijmat, Stofjes, Vouwmal

Thema's met betrekking tot dit bericht

Link dit bericht Trackback URL

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam