Creatieve berichten over borduren

Les 141: BERNINA Borduursoftware V8: het eerste huisje borduren

Heb je al een leuk huisje ontworpen? Dan kun je het na deze les op je borduurmachine laten borduren. Mijn B770QE met borduurmodule en Voetje #26 staat al weer klaar. Maar eerst maak ik nog een afdrukvoorbeeld op ware grootte, zodat ik alle gegevens mee kan nemen naar de machine, en moet ik natuurlijk het borduurbestand nog overzetten op mijn USB stick en naar de machine brengen.

Het voorbereiden en overbrengen van het borduurontwerp naar de machine.


Borduurbestand weer op werkvlak zetten: huisjes1.ART80.


Dan een afdrukvoorbeeld maken – uitprinten op 100%, eventueel die instellingen wijzigen. Het zijn in dit geval drie pagina’s: 2 voor het huisje, borduurring horizontaal geplaatst en één voor de materialen en andere gegevens.


Kleurnamen zijn n.a.v. jouw instellingen/kleurkeuze en merkkeuze al aangegeven.


Hierna een USB stick in de computer zetten, om naar mijn B770QE met borduurmodule te verplaatsen, via USB poort. Daarbij kies ik voor een .EXP bestand = Menu balk klikken op ‘Bestand’, daarna op ‘Schrijf naar kaart/machine’. Heb jij een ander merk borduurmachine, zoek dan de extensie daarvan op, en exporteer het bestand naar je borduurmachine.


Controleren of alle 3 de benodigde bestanden voor dit ene borduurontwerp op de USB stick staan: huisje1.bmp = de afbeelding, huisje1.exp is het borduurbestand en huisje1.inf is de info van dit te borduren ontwerp voor je borduurmachine. Alle drie de bestanden moeten erop staan. Ontbreekt er één of twee, dan kan je machine het niet borduren.

Zie je overigens dat het huisje op z’n kant staat? Dat heeft te maken met het feit dat de positie van de borduurring gewijzigd is bij het ontwerp: een extra herinnering aan hoe het huisje geborduurd gaat worden.

Het is belangrijk dat je – als je aan een project gaat werken, waarbij je meerdere borduurontwerpen in één serie wilt maken – je de huisjes een opvolgend nummer geeft. Dit huisje is dus ‘huisje1’, het volgende huisje wordt ‘huisje2’ enz. Zo kun je alles makkelijk terugvinden.

De materialen uitkiezen om het huisje op te borduren.

Als je via mijn webshop de materialen los, of in een pakket hebt aangeschaft (HIER kun je het pakket bestellen) kun je die nu gaan gebruiken. Allereerst wordt Filmoplast in de borduurring gespannen- het stuk daarvoor moet groot genoeg zijn om aan alle kanten wat uit te steken. Meestal is dat 1 ruitje van het afdekpapier van deze versteviging. Ik haal uit de breedte van Filmoplast altijd 2 vellen = meest economische.


Leg het onderste/buitenring deel van de Large Oval hoop = gekozen borduurring voor mijn B770QE (of de afmeting die jij voor dit formaat borduurontwerp gaat gebruiken) even op de Filmoplast, zodanig, dat aan alle kanten voldoende uitsteekt. Zo weet je of de afmeting goed is.


Draai de schroef van de buitenring wat losser. Leg dan de buitenring eerst neer, de Filmoplast met de ruitjes naar boven daar op, dan de binnenring erop en drukt deze aan, zodat de Filmoplast tussen beide ringen geklemd wordt. Draai de schroef wat aan, maar niet te strak. Alles moet in één keer ingespannen worden: ga nooit aan delen van de versteviging trekken nadat je de schroef hebt aangedraaid: je verstoort de versteviging, en daarmee ook het borduurwerk. 

Knip van zowel de Witte Muslin als van de H200 strijkbare vlieseline een stuk van 25 x 30cm (van de H200 mag het íetsje kleiner zijn, zodat het strijkbare deel niet uitsteekt t.o.v. de witte Muslin). De H200 wordt aan de achterkant van de Muslin gestreken (lijmpuntjes tegen de stof), waardoor deze steviger wordt, en er minder kans is op ‘puckering’ = plooien en verstoringen rondom het borduurwerk.

  • Voor het hele huisjes project heb je Muslin 1.00×1.10m nodig, als je net zoveel huisjes gaat maken als mijn voorbeeld – zo haal je er 9 blokjes uit.
  • Ook de strijkbare versteviging H200 1.00×0.90m is bedoeld voor het hele project – zo haal je er 9 blokjes uit.
  • Je kunt ze allemaal al vantevoren knippen, op elkaar strijken en wegleggen totdat je ze nodig hebt.
  • Leg de restjes weg voor andere projecten


Strijkadvies: strijk eerst de witte Muslin van 25x30cm helemaal glad, zodat er geen kreukels meer inzitten – het maakt niet uit welke kant je als voor- of achterkant gebruikt: beiden zijn hetzelfde.


Leg daar de H200 bovenop, met de tekst-kant (zachte kant) naar boven, zodat de kleine lijmpuntjes tegen de witte Muslin aan liggen.


Strijk dan de H200 stapsgewijs op de Muslin – geen heen- en weer gaande bewegingen maken, want dan kan de H200 uitrekken en trekt de Muslin scheef. Zorg er daarbij voor dat de H200 niet over de rand van de Muslin komt.


Zorg ervoor dat het binnen de randen van de Muslin blijft – knip desnoods nog een randje van de H200 af.

LET OP: zet de strijkbout op 2 puntjes = Wol. NIET HOGER: dat kan de H200 niet aan. Op de rand van H200 staat dat je dit materiaal 8 seconden lang kunt strijken, maar dat is echt te lang. 2 tot 3 seconden per plek, strijkbout optillen en weer op de volgende plek. Liefst vanuit het midden naar de kanten toe werken, om eventuele verstoringen naar de randen weg te werken.


Je kunt alle 9 lapjes Muslin/H200 zo al voorbereiden. Gebruik er straks één, leg de rest (plat) weg tot je ze nodig hebt.

De Muslin/H200 wordt ‘zwevend’ = bovenop de ring gelegd, op het plakbare deel van de Filmoplast, vanuit het midden van beiden. Dat wil zeggen dat het NIET samen met de Filmoplast ingespannen wordt, maar op de Filmoplast geplakt wordt. Dit voorkomt dat er diepe groeven (hoop burn) in het materiaal achter blijven na het borduren en weer uit de ring halen. Voordat het borduren van het ontwerp begint, laat je een rijgsteek rondom maken, om alle lagen met elkaar te verbinden waardoor ze tijdens het borduren niet kunnen verschuiven.

Het midden opzoeken.


Om de Muslin/H200 op de juiste manier op Filmoplast te leggen, moet van beiden het midden opgezocht worden. Je kunt dit doen bij de ingespannen Filmoplast, door de sjabloon die bij de borduurring hoort erop te leggen, en met een speld het midden = opening daarin, aan te geven.


Prik die speld helemaal door de Filmoplast, zodat je een gaatje ziet. (Het heeft geen zin om een stip op het papier te zetten, want dat wordt verwijderd waardoor je dan je middenpunt kwijt bent).


Aangezien de Muslin/H200 op de plaklaag van Filmoplast gelegd moet worden, ga je nu eerst het papier op die afmeting + extra verwijderen. Dat doe je met een papierschaar met scherpe punt. Je knipt een beginnetje door het papier (niet recht naar beneden knippen, maar wat schuin/plat), en gaat met de schaar onder het papier door met knippen, tot de juiste afmeting losgemaakt hebt. Verwijder het papier, waardoor de plaklaag tevoorschijn komt. Je ziet nog steeds het gaatje van het middenpunt (heb ik even een potloodstip op gezet ter verduidelijking).


Omdat je de afmeting van het borduurwerk weet = ca. 9 cm hoog en 17 cm breed, kun je een stuk papier bovenop verwijderen dat aan alle kanten wat groter uitkomt. Ik heb  een stuk van 16  x 22 cm weggeknipt: 16 cm op de korte kant, 22 cm op de lange kant van de borduurring. Dat is erg ruim maar dat heb ik gedaan omdat ik aan alle kanten de Muslin/H200 een goede houvast wil geven, op de Filmoplast. Niet alleen i.v.m. de rijgrand die er omheen gezet wordt, maar ook om de rest van de stof die uitsteekt tijdelijk vast te zetten. Zo is er nog minder kans op verschuiven van de materialen in/op de borduurring.


Op de Muslin-kant heb ik met een blauwe wateruitwasbare stift een stip in het midden gezet: je ziet hem duidelijk staan.

Daarna de speld gebruikt om eerst door het middenpunt van de stof te prikken, en vervolgens door het middenpunt van de ingespannen Filmoplast en de Muslin/H200 op elkaar gedrukt. LET OP: de 30 cm kant van Muslin/H200 wordt op het breedste gedeelte van de Borduurring gelegd, de 25 cm kant op de kortste kant. Zo is het materiaal in/op de borduurring klaar voor het borduurwerk.

De borduurring en de garens op de borduurmachine zetten.


Het ondergaren dat ik gebruik is DecoBob/Wonderfil: rood DB202. Je kunt voor het hele borduurwerk dezelfde kleur ondergaren gebruiken, of een bijpassende kleur ondergaren per kleur bovendraad. Maar let op: je moet je wel van onderstaande bewust zijn om die keuze te maken:

  • Bij gebruik van rood ondergaren en grijs/zwart bovengaren met fantasiesteken: rode garen komt er altijd wat doorheen, vanwege de naaldpunten en spanning bij zo’n motief. Ik heb daarvoor gekozen, vanwege het ‘extra’ kleureffect.
  • Bij gebruik van bijpassende kleur ondergaren bij grijs/zwart bovengaren met fantasiesteken: er is niets te zien van het ondergaren.

Voor het bovengaren gebruik ik de kleuren van het 12-garenpakketje met klosjes Sulky Rayon 4o. De eerste kleur die gebruikt wordt is rood 1246 al op de machine zetten.


De borduurring is op de machine gezet, USB stick in de USB poort en het ontwerp opgehaald. Kijk op de afbeelding hierboven naar de instellingen aan de linker kant die ik gewijzigd heb op de machine (= geel):

  • Borduurvoetje #26 aangeklikt, waardoor deze geselecteerd wordt
  • De juiste borduurring was al geselecteerd en bewaard bij het ontwerp, dus bij het overzetten via de USB stick is deze al standaard gekozen op de machine. Daar hoefde ik dus niets te wijzigen en werd de borduurring niet in geel afgebeeld.
  • De 0-mm steekplaat geselecteerd – standaard stond deze nog op de 9-mm ring.
  • De ondertransporteur naar beneden – er wordt ‘vrij’ gewerkt.

Zet een nieuwe machine borduurnaald in: Embroidery Needle of Topstitch 70. Altijd goed om dit te doen, zodat je zeker weet dat eventuele verstoringen niet door een oude of beschadigde naald gemaakt worden.


Ik laat de rijgrand maken = grove stiksteek, ruim rondom het gebied dat geborduurd gaat worden, om alle materialen tot elkaar te verbinden.  Om dat te doen heb ik het bovenste icoontje aangeklikt. Maar…


Eigenlijk moest ik eerst controleren of het middenpunt van het borduurwerk daadwerkelijk op het middenpunt van de ingespannen/zwevende materialen komt: gelukkig was dat zo. Dat moet nl. altijd voordat er een rijgrand omheen gezet wordt – bij te grote afwijkingen kun je niet meer corrigeren. Ik heb het icoontje daarvoor (via de í’ op het scherm) omcirkeld. Zodra je op dit icoontje klikt, schuift de borduurring naar het middenpunt en kun je controleren of de naald daar exact boven staat.


Dit kun je – bij hele kleine afwijkingen – corrigeren d.m.v. de knoppen rechts op de machine, door daar aan te draaien totdat de naald op de juiste positie staat.  En pas dáárna laat je de rijgrand maken.


Na het maken van de rijgsteken gaat de machine vanzelf naar de eerste kleur/object. Die kleur zit er nog op, want daar heb ik de rijgsteken al mee laten maken.


Dus kan het eerste object geborduurd worden. Als eerste de Underlay,


daarna de vulsteken. De 2e kleur komt daar achteraan: alleen even de bovendraad/kleur verwisselen en verder borduren.


T/m de 3e kleur kan alles op normale borduursnelheid gemaakt worden, al staat de snelheidsregelaar bij mij links van het midden, dus langzamer dan veel borduursters werken. Ik werk altijd op lage snelheid, om er vlot bij te zijn als iets niet goed gaat.


En dan een belangrijke TIP: laat de Fantasiesteek LANGZAAM borduren: de afstand tussen naaldpunten kan lang zijn vanwege het speciale patroon, waardoor de machine de tijd moet krijgen om die afstand te overbruggen. Ga je te snel, dan kan de draad steeds knappen. Bovendien werk de stijfheid van Filmoplast met plak/H200/Muslin in dit geval tegen i.p.v. mee, want soepel is het niet. Beter heel langzaam, zodat alles goed verloopt, dan te snel waardoor de draad kan knappen.


De laatste details worden nu geborduurd: raampjes en rand om de deur, met zwart.


Van heel dichtbij zie je overigens hoe de rode onderdraad door de grijze steken heen komt: zelf vind ik dit juist een leuk effect en heb daar bewust voor gekozen.


Na het borduren kan het werkstuk uit de borduurring gehaald worden. De rijgdraad wordt verwijderd: het kan zijn dat je wat gaatjes blijft zien, maar die verdwijnen bij de volgende stap.


De Filmoplast kan aan de achterkant weggescheurd worden: dat gaat makkelijk langs de buitenste steken.

Meteen glad of niet?

Als alles goed gegaan is, heeft je borduurmachine een glad huisje gemaakt. Dat lukt niet altijd: soms kunnen er wat afwijkingen ontstaan:

  • objecten kunnen scheef getrokken zijn, o.a. door richting van vulsteken. Dat maakt wat mij betreft het uiterlijk van zo’n huisje wat speelser. Dat hoeft dus geen probleem te zijn omdat je bij het verwerken van de huisjes in een quiltje nog heel wat met garens en steken kunt aanpassen.
  • er kan wat ruimte tussen de gekleurde delen van de huisjes ontstaan zijn waardoor je de witte stof/ondergrond ziet (omdat er geen overlap = compensatie gemaakt is, want de objecten werden tegen elkaar aan gezet bij het ontwerpen). Ook dit is geen probleem, want rondom en tussen de ‘muren’ van deze huisjes kun je nogmaals effecten met steken en garens toevoegen tijdens het quilten.
  • er kunnen toch wat rimpels/golvend effect langs het geborduurde ontstaan zijn, waardoor de Muslin niet glad meer ligt. Dat kan komen door de steekdichtheid van het borduurontwerp: per slot van rekening gaat het hier om meer dan 12.000 steken. Maar het kan ook komen omdat de versteviging aan de achterkant er niet meer is en de totale stevigheid weggevallen is, behalve achter het borduurontwerp zelf, oftewel het borduurontwerp staat strakker dan de Muslin/H200 er buiten.

In het laatste geval kun je het volgende doen (wat ik trouwens áltijd doe, ongeacht of er verstoringen langs het borduurwerk zijn): BLOCKEN.


Niet met de plantenspuit je werkstuk nat maken, niet strijken (of dat nu op de voorkant of achterkant is, je hebt gewerkt met rayon borduurgarens, die bij teveel strijken, of op te hoge temperatuur strijken kwalitatief minder kunnen worden), maar spannen. Daarvoor gebruik ik mijn strijkmat (strijkplank kan ook) en heel veel gewone kopspelden. Ik trek de Muslin/H200 zo strak mogelijk, rek het dus flink uit tot het niet meer verder kan, en zet dan elke centimeter een speld, strak in de strijkmat. Dat doe ik eerst bij de twee tegenover elkaar liggende kanten, daarna aan de andere twee kanten. Zo trekt het werk glad op, en worden de steken meegetrokken. Dat laat ik 24 uur zo zitten, waarna het volledig in vorm blijft als de spelden weggehaald worden. Een ouderwetse manier om je werkstuk glad te krijgen misschien, maar het werkt prima.

Het blijft belangrijk te beseffen dat de huisjes na het borduren niet in de eindfase van het totale project zijn beland, maar dat er nog veel omheen gewerkt gaat worden.

Ondertussen ga ik meer huisjes/ontwerpen maken, die ik je in de volgende les als voorbeeld weer laat zien. . Kijk je de dan keer weer mee?

Borduurgroeten
Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

 

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam