Creatieve berichten over quilten

Sylvia’s Bridal Sampler, in rood wit grijs en zwart: deel 4

Traditionele blokjes kun je omzetten naar paper piecing: sommige blokjes zien er ingewikkeld uit, en zullen volledig uit elkaar gehaald moeten worden om geschikt te maken voor een andere techniek. In SBS deel 2 heb ik je al laten zien hoe je vanaf een basis kunt werken: nu kijk ik naar een blokje dat heel bewerkelijk lijkt maar prima te wijzigen is, al moet je daarvoor zelf ook even ‘omdenken’.


Ik ga blokje A10: Batchelor’s Puzzle, omzetten. Te vinden op pg. 17, de oorspronkelijke mallen op pg. 87: dat zijn de ‘templates’, met naadtoeslag van 1/4 inch rondom. Je legt ze om per stuk op de betreffende stof en knipt of snijdt ze uit – er staat zelfs een draadrichting op – en dan op de traditionele manier aan elkaar te naaien: met de hand of met de machine. De stukken stof worden over de gehele afmeting van een onderdeel in één keer geknipt, terwijl ik – omdat ik het blokje om ga zetten naar paper piecing – de ‘stofjes’ = kleuren, in meerdere stukjes tegen elkaar aan ga zetten. Dat kan voorkomen als je een blok via een andere techniek maakt, omdat de werkwijze totaal anders is en je soms delen uit elkaar moet halen, oftewel in meerdere stukken gaat naaien.

Teken de basis voordat je een blokje gaat omzetten naar een andere techniek.


Voordat ik een patroon kan maken, ga ik eerst kijken hoe een blokje opgebouwd is. Degenen die ooit ergens een basiscursus Patchwork en Quilten hebben gevolgd, weten dat patchwork blokjes in gelijke stukken verdeeld kunnen worden: daar ga je in ieder geval als eerste naar op zoek. Zo ook bij dit blokje: als je goed naar de foto in het boek kijkt zie je dat er langs de kanten steeds 4 gelijke stukken aanwezig zijn. Dit blok is dan ook qua basis een 4-Patch (Four Patch), met een tweede verdeling per kwart in nog een keer een 4-Patch. Je kunt daarom zowel spreken van een 4-Patch als een 16-Patch.


Het blokje A10 heeft niet alleen rechte/vierkante verdelingen maar ook schuine lijnen: deze heb ik erbij getekend, zodat je de opbouw goed kunt zien. Het is belangrijk om goed op te letten in elke richting die schuine lijnen getekend moeten worden: herken je het blokje al?


Om nu de oorspronkelijke verdeling in kleur aan te geven, heb ik rondom de ‘stukken’ stof zoals het op de foto staat, even per kwart van het blokje een rode lijn gezet. De twee getekende rode-lijn figuren die je nu duidelijk kunt zien, zijn oorspronkelijk ruiten, die je volgens de aanwijzingen in het boek uit één stuk stof knipt of snijdt.


Even een kwart aangegeven, om de opbouw voor paper piecing aan te duiden: zo zie ik dat ik voor deze nieuwe opzet 2 stroken per kwart van het blokje nodig heb, elk moet ik dan 4 x maken. Je ziet dat ik in beide strookjes letters heb aangegeven: die komen ook bij het schema op pg. 17 voor. Als ik het blokje zo ga maken, betekent dit wel dat de oorspronkelijke grotere stukken stof (ruiten en een vierkant) in kleinere stukken verdeeld worden*:

  • zo wordt het midden vierkant in 4 driehoeken verdeeld, terwijl bij het oorspronkelijke blok dit 1 vierkant was
  • de ruitvorm die als Ar aangeduid stond, wordt in 2 driehoeken verdeeld.

Het beste kun je dan voor die onderdelen van het blokje een quiltstof kiezen waar geen of bijna geen print op voorkomt, zodat je de naad minder duidelijk ziet als je het blokje gemaakt hebt. Bij het kiezen van een (grotere) print, streep of ruit zou je de naden extra opvallen , dus een effen of bijna effen stofje gebruiken is in dit geval een betere keuze.


Het blokje is getekend (via de computer): 8 stroken, 4 x A en 4 x B, en op speciaal paper piecing papier geprint (Papers for Foundation Piecing). Uitgeknipt met een papierschaar – de naden zijn niet helemaal gelijk (dat kwam omdat ik alle Units op één A4tje wilde zetten), maar ik houd evengoed rekening met 1/4 inch rondom elke Unit (zo noem je een paper piecing ondergrond) door met het juiste voetje op mijn BERNINA770QE te werken.

BELANGRIJK: paper piecing werkt ‘omgekeerd’ t.o.v. traditioneel patchwork. Je naait op de kant met lijnen en nummers/aanduidingen, de stof leg je op de ‘lege’ kant. Dat betekent dat je er rekening mee moet houden dat – als je het eindresultaat dezelfde richting op wilt hebben als bij het originele blok – je alles in spiegelbeeld moet tekenen. Dit geldt voornamelijk voor blokjes die niet symmetrisch zijn, of een bepaalde richting op wijzen, zoals blokje A10. 

Stofkeuze en voorbereiden.


De paper piecing Units zijn omgekeerd neergelegd, omdat daar de stoffen op komen te liggen. Ik heb op de eerste driehoekjes met rode pen een ‘R’ gezet, zodat ik weet dat die stukjes van dezelfde quiltstof zijn. Daarnaast heb ik de stukken geknipte/gesneden quiltstof voor die driehoeken neergelegd, zoals ze straks op de Units genaaid moeten worden: deze driehoeken vormen de oorspronkelijke ruiten.

Natuurlijk werk ik weer met rood, wit, grijs en zwart: maar ik kies nu print-neutrale stofjes voor de onderdelen die oorspronkelijk in één stuk gebruikt werken, maar nu in meerdere delen genaaid worden. Voor de andere onderdelen kan ik gewoon een printstof of een streepje/ruitje nemen.


Ook op de andere onderdelen per Unit heb ik markeringen gezet, die overeenkomen met de keuze van stof/print voor die delen. Als je regelmatig op deze kant kijkt, voordat je een stofje vastzet, weet je zeker dat je steeds het juiste stofje/printje pakt.


Daarna alle stofjes/onderdelen neergelegd, op de manier waarop het blokje er straks uit komt te zien. Zo’n overzicht is altijd handig, om te voorkomen dat je het verkeerde stofje zou pakken. Je krijgt al een goede indruk van het geheel.


Omdat dit een blokje is waarbij de vier kwarten hetzelfde zijn, kan ik alles per vier stuks maken. Ik heb de Units op de betreffende ‘rijtjes’ quiltstof gelegd.


Vervolgens gegroepeerd: alles per 4 bij elkaar gelegd, omdat ik het zo ook ga verwerken. Een groepje met Units A en een groepje met Units B.


Daarna alle stofjes zodanig neergelegd, dat ze op volgorde van naaien klaarliggen: de Units even opzij gelegd om dit te laten zien. Alles met Units B heb ik even weggelegd, om eerst met Units A te kunnen beginnen.

Paper piecing volgorde: Units A.


Zoals al vaker aangegeven werd via deze BERNINA Blog, heb je een vaste werkvolgorde = op nummer bij paper piecing. Alle stofjes voor onderdeel 1 worden op dat vlak geplakt: je kunt UHU of Pritt lijm gebruiken, maar ik gebruik mijn Bohin Glue pen, omdat ik die altijd bij de hand heb. Deze lijm is wateroplosbaar.

TIP: Het nummeren van paper piecing Units probeer ik altijd zo logisch mogelijk op te zetten: letten op hoe naden vallen, zodat ze zoveel mogelijk beide kanten op wijzen op kruispunten, om ze ‘in elkaar te laten klikken’. Dat is makkelijker dan aan één kant dubbele naden te krijgen en aan de andere kant geen…


De stof wordt op de naailijn tussen 1 en 2 terug gesneden tot 1/4 inch naadtoeslag, d.m.v. de Add-a-Quarter liniaal, een vouwmal, en een rolmes.


De stofjes voor nr. 2 worden onder nr. 1 gelegd, en met Bohin Glue pen OP de naadtoeslag vastgeplakt: zo heb je geen spelden nodig.

Op alle 4 de Units A nr. 2 genaaid, steeklengte wat korter zodat het wegscheuren straks makkelijker gaat,


dan weer terug snijden tot 1/4 inch naadtoeslag d.m.v. vouwmal en Add-a-Quarter liniaal.


en nr. 3 erop genaaid. Rechts nét na het opnaaien, links de al afgesneden Unit, met 1/4 inch naadtoeslag rondom. Zo worden alle vier de A-Units terug gesneden tot de juist afmeting inclusief naadtoeslag.

Paper Piecing volgorde: Units B.


Op een vergelijkbare manier worden de Units B gemaakt. Alleen zit nr. 1 nu in het midden van de Units. De stofjes hiervoor worden eerst weer vastgelijmd met Bohin Glue pen,


daarna op de naailijn tussen 1 en 2 de naadtoeslag terug gevouwen, vouwmal erop en met de Add-a-Quarter liniaal de naadtoeslag terug snijden tot 1/4 inch.


Dan weer het rijtje afwerken. Op de afbeelding hierboven zie je v.l.n.r. nr. 2 opgenaaid, naden terugsnijden tot 1/4 inch, nr. 3 opnaaien en Unit op maat snijden.


De Units zijn van papier ontdaan = in omgekeerde volgorde wegscheuren (waardoor je voor het aan elkaar zetten nu écht een 1/4 inch persvoetje moet gebruiken), en weer neergelegd zoals het blokje eruit komt te zien.

Het aan elkaar zetten van de Units zonder papier.

Ook bij het aan elkaar zetten van stoffen onderdelen, is het belangrijk om op een logische manier te werk te gaan. Zoek steeds rechte lijnen op: die zijn hier volop. Vanaf de basis = 4-Patch, weet je dat er 4 kwarten bij dit blok te maken zijn. Per kwart zet je alles aan elkaar, en dat kan ook weer per 4.


Om te zorgen dat de naden goed op elkaar komen te liggen, gebruik ik weer Bohin Glue pen, en zet alleen op de kruispunten een speld, om er zeker van te zijn dat het daar niet verschuift.


Dan onder de naaimachine, 1/4 inch vanaf de kant naaien – steeklengte weer ‘normaal’, omdat er nu geen papier achter de stofjes zit. Eén vierkantje heb ik al open gevouwen en kijk eens hoe mooi de hoek bij het zwarte vierkant gemaakt is – dat is het voordeel van werken met Bohin Glue pen: alles blijft prima op z’n plek zitten.


De vier vierkanten zijn gemaakt, en weer teruggelegd zoals ze in het blok komen.


Dan per twee de vierkanten aan elkaar naaien,


waarna het tot een geheel gemaakt wordt door de laatste naad te naaien. LET OP: werk eventueel vanuit het kruispunt in het midden naar de ene kant toe, keer het werk daarna en werk vanuit het kruispunt naar de andere kant toe – zo heb je de meeste kans dat alles op z’n plek blijft. Het blokje ligt even op het boek, met rechts een kleine foto van het originele blokje – door gebruik van andere kleuren, maar ook licht en donker op andere plekken, ziet mijn blokje er totaal anders uit.


Dan nog een belangrijke tip
bij het strijken van de naden op de achterkant, na de laatste lange naad: knip de naadtoeslag bij het kruispunt in tot vlak bij het stiksel, of haal wat steken van de naailijn tot aan dat stiksel uit, om zo de naden twee richtingen op te kunnen leggen. Dat maakt het werk netter dan dat je de lange naad in z’n geheel een richting op strijkt.


Zo ga ik verder met nog een aantal blokjes, die ik op vergelijkbare manier omzet naar paper piecing, en een aantal maak ik op de traditionele/oorspronkelijke manier. Het blokje hierboven is A8 – Star of the Orient. Omdat ik ervoor had gekozen dit blokje op een andere manier in elkaar te zetten dan in de beschrijving stond aangegeven, zijn de zwarte en rode driehoeken in twee stukjes verdeeld. Als alles netjes bij elkaar komt op de kruispunten, zie je daar niets van. Zo heb ik het effect van het oorspronkelijke blokje met 2 kleuren voor de sterpunten veranderd door voor 3 kleuren te kiezen.

Op naar de volgende blokjes. Laat je zien wat jij gemaakt hebt: zet het in de Community van deze BERNINA Blog: dan kunnen we allemaal meegenieten.

 

Tot de volgende keer

 

Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

 

*Wil jij de stukken stof graag zou houden, in één stuk, zoals ze oorspronkelijke waren? Dan is het beter om via de traditionele patchwork manier te werken.

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam