Creatieve berichten over quilten

Patchwork tochtrol naaien – met gratis paper-piecing-voorbeeld

Het is bijna Kerst: buiten is het koud met wind, regen, soms sneeuw en hagel. En dan is er geen betere manier om de kou buiten te laten, dan het gebruik van een tochtrol. Het gaat hier om een duurzaam Kerstcadeau, omdat het gemaakt wordt van grote reststukken quiltstof. Je kunt je eigen voorraad restanten gebruiken, of je kunt bv. dit aanschaffen: restanten pakket rood wit  Vanwege het feit dat ik een grote rood/witte quilt gemaakt heb, voordat ik aan dit project begon, heb ik nog flinke stukken stof over en ga deze gebruiken om vijf huisjes via paper piecing* te maken voor deze tochtrol. 

BELANGRIJK: als je bang bent dat je stoffen – rood op wit – door kunnen lopen, was ze dan voor. Rode en witte stoffen geven een flink contrast: het mag niet voorkomen dat er rode kleurstof op de witte stof komt bij bv. het wassen van je werkstuk, of het met water weghalen van vlekjes ed. Kijk hiervoor bij mijn Blogbericht van 10 november jl: Rode quiltstoffen voorwassen of niet?


Welke materialen heb je nodig om deze Kerst tochtrol te maken?

  • Rode en witte quiltstoffen van je eigen voorraad of van een restantenpakket dat je hebt aangeschaft
  • Mijn GRATIS paper piecing patroon voor het maken van de vijf huisjes: je kunt de .pdf HIER downloaden
  • 5 Velletjes Papers for Foundation Piecing
  • Add-a-Quarter liniaal 12 inch
  • Vouwmal 4 x 13 inch (paternoplaat)
  • Rolmes
  • Snijmat
  • Pritt, Bison of UHU lijm, wateroplosbaar
  • Machine garen 50wt tot 80wt voor top en spoeltje (beige)
  • Machine Quilting garen voor machinaal vrij quilten (rood)
  • Bijpassende kleur ondergaren (DecoBob/Wonderfil, rood)
  • Achterkantstof en tussenvulling voor het quilten van de voorkant van de tochtrol
  • Stof voor de achterkant van de tochtrol
  • Losse vulling om de tochtrol te vullen

Wat heb je nog meer nodig?

  • Je naaimachine: ik heb mijn BERNINA770QE gebruikt
  • Normale persvoet voor patchwork
  • 1/4 Inch persvoet
  • Voetje voor vrij quilten
  • BSR
  • Strijkbout
  • Strijkplank of strijkmat
  • Stoffenschaar
  • Papier schaar (voor het knippen van de paper piecing Units)
  • Lange quiltspelden
  • Tornmesje (voor het geval dat….)
  • Scotch Magic Tape (voor het herstellen van de paper piecing units, als je ze per ongeluk scheurt)

Voorbereidingen.


Download het paper piecing patroon: let op dat je de printer op 100%/ware grootte zet.


Print het paper piecing patroon 5 keer: één voor elk huis, omdat je zo’n patroon slechts één keer kunt gebruiken. Print bij voorkeur op het dunne papier van ‘Papers for Foundation Piecing’: dit papier scheurt makkelijk weg nadat het patchwork klaar is. Beter dan gewoon printerpapier, dat vaak een stuk dikker is. 


Knip alle patroondelen uit, niet op de stippellijn = rand naadtoeslag, maar een paar mm daarbuiten: dit om er zeker van te zijn dat alle stoffen óver die rand komen te liggen. Je hebt 5 x elke Unit nodig: A, B, C en D.


Print een 6e paper piecing patroon om dit als Master patroon te gebruiken (dit patroon verknip je niet maar gebruik je als voorbeeld): hierop kun je inkleuren waar de rode en witte stoffen moeten komen. Gebruik de rode stoffen voor de huisjes, en de witte stoffen voor de achtergrond, ramen en delen van het huis: kleur deze secties in op het Master patroon. Maar denk er om: deze patronen staan in spiegelbeeld, omdat je via paper piecing gaat werken. De kant waar de lijnen, nummers ed. opstaan is de kant waarop je naait, terwijl je op de andere kant je stoffen neerlegt*


Het gebruik van de Rode en Witte quiltstoffen.

Welke secties worden rood en welke wit? Je kunt de afbeelding van mijn Master patroon hierboven bekijken, maar het is eenvoudiger om je een lijst te geven waarop alles aangegeven staat: 

  • Unit A – rood: secties 2 en 3, wit: secties 1, 4 en 5
  • Unit B – rood: secties 1 en 4, wit: secties 2, 3 en 5
  • Unit C – rood: secties 2, 3, 4 en 5, wit: sectie 1
  • Unit D – rood: sectie 1, 4, 5, 6 en 7, wit: secties 2, 3, 8 en 9

Welke printjes van rood en wit je gebruikt, is geheel aan jezelf. Mix ze, gebruik ze willekeurig, of gebruik één print rood of wit voor huis 1, een andere rood en wit voor huis 2 enz. Ik heb ze op een willekeurige manier gebruikt, om alles wat interessanter te maken. Let er wel op dat de rode stofjes op de juiste plek komen, en daarmee ook de witte, voor het gewenste effect. 


Het werken met een Add-a-Quarter liniaal en een vouwmal.

Het terugsnijden van de naadtoeslagen tot exact 1/4 inch ter voorbereiding van de ‘volgende’ stof, maakt het werken via paper piecing een stuk eenvoudiger. Als je al eens een quilt met een patroon van Judy Niemeyer hebt gemaakt, ben je bekend met deze techniek. Als het iets nieuws voor je is, volg dan onderstaande aanwijzingen. 


Je kunt de stofjes per sectie vantevoren snijden, maar zorg er wel voor dat ze groot genoeg zijn om het hele onderdeel plus de naden plus een stuk extra te bedekken: ten minste 3 x een naadtoeslag breedte toevoegen aan de maat van het vakje. Dit ‘extra’ van stofgrootte is om het je makkelijker te maken via paper piecing te werken. Niets is zo vervelend als het opnaaien en terug vouwen van de stof, om dan tot de ontdekking te komen dat het stukje stof eigenlijk te klein is. Je kunt hiervoor papieren malletjes maken als je dat wilt, of meet alles op en knip de stofjes ruim uit. 
Mijn stukjes rood en wit heb ik al klaargelegd, boven de Units, zoals ze straks opgenaaid moeten worden.

Unit A is het deel met de schoorstenen: je kunt er voor kiezen om verschillende printjes te gebruiken, of 2 aan 2 de schoorstenen hetzelfde te doen. De rode schoorsteken komen op sectie 2 en 3 van Unit A. De drie andere secties 1, 4 en 5 zijn voor de achtergrond = witte stof. 


De stof voor sectie 1 wordt altijd op de achterkant van de Unit gelijmd: ik heb een stapeltje van 5 Units en 5 stofjes gemaakt. Stof 1 leg ik omgekeerd neer, daarop leg ik een paper piecing Unit waar ik achter onderdeel 1 lijm heb gezet, en plak het vast. Daar leg ik stof voor de 2e Unit omgekeerd op, en plak de tweede Unit daar weer op enz. Zo werk ik in een doorlopend systeem, om alle onderdelen 1 tegelijk voor te bereiden. 


Ter voorbereiding van de eerste naailijn – tussen sectie 1 en 2 – heb ik de vouwmal op de dichte lijn gelegd. 


Hierna heb ik de papieren Unit OVER de vouwmal gelegd en de Add-a-Quarter liniaal (1/4 inch richel naar beneden) tegen de vouwmal/papieren Unit gedrukt, om het vast te zetten. Je merkt vanzelf dat de liniaal niet meer kan verschuiven.


Daarna heb ik het teveel van de stof – die plat bleef liggen – afgesneden langs de liniaal, om zo een exacte 1/4 inch naadtoeslag te krijgen. Zo werk je alle Units A af, voordat je stof 2 op gaat naaien. 


Ketting naaien.


Zet de steeklengte op ‘kort’: dit zorgt voor meer gaten in het papier, waardoor het makkelijker weg te scheuren is. Plaats de stof voor sectie 2 (rood) onder de stof van sectie 1, naden gelijk, en naai ze alle vijf op hun eigen Unit, door op de dichte lijn tussen 1 en 2 te werken. Begin en eindig een paar steken VOOR en NA de naadtoeslag, zodat de steken blijven zitten. Nadat je de eerste Unit A hebt genaaid, schuif je de Unit naar achteren en naait direct Unit A/de 2e er achteraan, enz. Dat is Ketting naaien – een kleine ruimte van garen ertussen maar alles achter elkaar. Als je klaar bent, kun je de draden tussen de Units makkelijk los knippen of -snijden.


Werk als af via Ketting naaien, op nummervolgorde: en steeds bij alle 5 de Units hetzelfde doen. Dat is het makkelijkste: je hoeft maar één keer na te denken over de werkwijze en maakt alles achter elkaar. Na het naaien van een stofje, vouw je dit terug naar de goede kant en strijk dit. Leg de onderdelen NIET op elkaar bij het strijken: de inkt van de papieren patronen kan dan overlopen op de witte stoffen. Stuk voor stuk neerleggen en apart strijken.


Herhaal deze methode van het afsnijden van naadtoeslag tot 1/4 inch met de Add-a-Quarter liniaal, vouwmal en rolmes/snijmat. Naai daarna het volgende stukje stof op de volgende sectie, alle 5 via Ketting naaien, vouw de stof naar de goede kant, strijk dit enz. Het is een herhaling van handelingen: naaien, strijken, snijden. Blijf op nummervolgorde werken, totdat alle Units bedekt zijn met stoffen.


Als de laatste stof is opgenaaid, kan de Unit(s) terug gesneden worden langs de stippellijn = rand naadtoeslag. Doe dit secuur! Laat het paper nog zitten en leg deze Units weg.


Dit zijn de 5 Units A: netjes afgesneden. Ik heb twee aan twee dezelfde print rood per Unit gebruikt, maar dat mag ook door elkaar. Volg je eigen weg.


De volgende Units = B,C en D

Maak de andere Units op dezelfde manier: stofje 1 moet altijd geplakt worden op de eerste sectie, naadtoeslag bij de naailijn terug gesneden worden tot 1/4 inch, voordat je het 2e stofje erop naait.  Denk aan de volgorde: naaien, strijken, snijden.


Gebruik een groot rechthoekig stuk rode stof + naadtoeslag + extra voor de secties 1, 2 en 3/Unit B, en een groter vierkant stuk + naadtoeslag + extra voor sectie 4/Unit B. Omdat deze onderdelen schuine randen hebben kan het schatten van de afmeting wat lastiger zijn: gebruik eventueel een papierenmalletje dat je vantevoren maakt. Bij sectie 1 is het makkelijk omdat deze geplakt wordt, maar bij de andere onderdelen moet je wel goed uitkijken dat de stof ruim over de buitenste randen van de Units komt te liggen.


LET OP dat bepaalde naailijnen diagonaal geplaatst zijn bij Unit B: dat betekent dat je de stofjes een stuk LANGER moet knippen/snijden, om er zeker van te zijn dat ze bij het omvouwen naar de goede kant ruim over de Units vallen. Het witte stofje voor sectie 3 van Unit B is veel langer dan nodig lijkt, maar dat is wel degelijk nodig. Heb je te kort, moet je je tornmesje gebruiken, loshalen en een nieuw – groter/langer – stukje stof opnaaien.


Unit B is klaar: onder nog niet afgesneden, boven wel. Je ziet bij de onderste Unit dat de stoffen zeer ruim over het paper vallen: beter zo dan te kort. 


Hier kun je zien hoe ik begon met het maken van steken ver voor het begin en ver na het einde van de naailijn tussen 1 en 2: bedenk goed dat daar ook een breedte voor de naadtoeslag van 1/4 inch bij gerekend moet worden en wat extra, zodat alles goed vast zit na het omvouwen. Ook al staat die naadtoeslag aan alle kanten niet aangegeven (alleen langs de buitenranden van de Units), hij is er wel!


Zodra er veel stofjes opgenaaid zijn, en je er dwars op een nieuw stofje aan moet naaien, vouw je het papier samen met de stofjes eerst voorzichtig strak over de vouwmal. Daarna haal je voorzichtig de stof van het papier weg zodat ze plat op de snijmat komen te liggen. Kijk uit dat de papieren Unit niet gaat scheuren. 


Unit C is klaar: rechts nog niet afgesneden, links gesneden. Ik heb een rood/wit gestreept stofje voor sectie 4 gebruikt, bij alle huisjes. Geeft een leuk effect. Verder heb ik alle rode printjes willekeurig geplaatst. 


En Unit D: rechts nog niet afgesneden, links gesneden.


Nadat alles klaar is (alle Units voor de 5 huisjes), kun je het paper weg gaan halen. Doe dit in OMGEKEERDE volgorde tov. het naaien: dat gaat het beste. Scheur voorzichtig, om geen steken los te halen. 


De achterkant van de huisjes ziet er zo uit: af en toe blijft er een restant paper achter sectie 1 zitten: dan is er iets teveel lijm gebruikt. Geen probleem: dit zal in de sandwich van het quilten verdwijnen. 


Alle 5 de huisjes liggen nu klaar om in elkaar gezet te worden. Ik heb alle rode printjes zoveel mogelijk gemixt, om verschillende huisjes te maken. 


We gaan huizen bouwen!

Zet het persvoetje met 1/4 inch op je naaimachine om er zeker van te zijn dat je via exacte 1/4 inch naadtoeslagen werkt. 


Ter voorkoming van verschuiven, gebruik ik een Bohin Glue Pen – ik plaats tipjes van deze stoffenlijm OP de naadtoeslag (zodat het de naailijn niet raakt). Ik gebruik geen spelden, zodat alles op z’n plek blijft zitten tijdens het naaien. Zet ook wat tipjes lijm ONDER de losliggende dwarsnaden, zodat ze niet de andere kant op kunnen gaan liggen. 


Naai Unit A aan de bovenkant van Unit B. Strijk de naden naar Unit A.


Naai Unit C aan de rechter kant van Unit D. Strijk de naden naar Unit C.


Naai Units A/B aan de bovenkant van Units C/D om zo de huis(jes) af te maken. Strijk de laatste naad naar Units B.


Zijn ze niet leuk geworden? 5 Huisjes via paper piecing: wat zou het leuk zijn om een grote quilt te maken, met heel veel van deze huisjes….


Dit is de achterkant van een huisje: let op hoe de naden plat liggen, zonder verstoringen. 


Voordat de tochtrol in elkaar gezet wordt, meet de breedte van de deur (van jouw huis, of die van de ontvanger van je Kerstcadeau) op om de totale breedte van de tochtrol te kunnen berekenen.

De breedte van onze deur is 80 cm (ca. 31 1/2 inches). En dan gaan we beginnen met rekenen: er zijn 5 paper piecing huisjes, elk ca. 14 x 14 cm (ca. 5 1/2 x 5 1/2 inches, US maatvoering) + naden.

Bij 80 cm breedte kun je zo uitrekenen hoeveel strips je tussen de huisjes nodig hebt om tot die maat te komen: 5 x een afgewerkt huisje = 70 cm (25 1/2 inches). Vandaar dat ik 4 strips van elk 2 1/2 cm (ca. 1 inch) + 2 x naadtoeslag (denk eraan 1/4 inch naadtoeslag te gebruiken, zowel bij het werken met centimeter als met inches, vanwege je speciale 1/4 inch persvoetje) moet snijden, die tussen de huisjes genaaid worden om ze van elkaar af te houden. Als de deur waarvoor je dit maakt breder is, heb je bredere stroken nodig. Elke strook wordt op een hoogte van 14 cm (ca. 5 1/2 inches) + ten minste 3 x een naadtoeslag gesneden, om zeker te zijn dat ze lang genoeg zijn.


Snij de 4 stroken (wit) en naai de eerste aan de rechterkant van het eerst huis. Ik heb weer Bohin Glue gebruikt, op de naadtoeslagen, om geen spelden te hoeven gebruiken. Naden altijd naar de witte strook strijken.


De linkerkant van het tweede huis wordt aan de strook genaaid: erop leggen, lijmen en naaien.


En zo krijg je een lang rijtje met huisjes: deze voorkant van de tochtrol is nu 80 x 14 cm (ca. 31 1/2 x 5 1/2 inches) + naden. De uiteinden van de witte tussenstroken zijn gelijk gesneden met de huisjes.

Je kunt naderhand meer stroken rondom naaien, zodra dit geheel is gequilt: daardoor behoud je de juiste afmeting, omdat met het machinaal quilten het geheel kan krimpen, afhankelijk van de intensiteit van quilten. 


Free hand quilten en het afwerken van dit Kerstcadeau.


Maak een sandwich van achterkantstof (kan een eenvoudige effen stof zijn: die zit aan de binnenkant van de tochtrol en is naderhand niet meer te zien), tussenvulling en de top van de tochtrol. Zorg ervoor dat de achterkantstof en tussenvulling tenminste 5 cm (ca. 2 inches) uitsteken ten opzichte van de voorkant. Zet de drie lagen met grote quiltspelden vast.  


Quilt zoals je wilt: je kunt meanderen over het geheel, in de naad quilten of een eigen patroon opzetten. Gebruik een voetje voor vrij quilten, of de BSR als je met een BENINA machine werkt. Je kunt eventueel rechte lijnen maken met een Boventransportvoet, maar dat kun je ook met het vrije quiltvoetje doen: voordeel van het laatste is dat je de sandwich niet steeds hoeft te draaien, omdat je in alle richtingen kunt werken. Verwijder de spelden tijdens het quilten: begin in het midden en werk naar de buitenkanten toe.  


Zoals je ziet heb ik alles met rood gequilt. Ik heb kleine raampjes gemaakt, en ook bomen in de witte stroken gequilt (uit de vrije hand), en zelfs wat vogeltjes boven een paar huisjes. Alles uit de vrije hand: het hoeft niet allemaal gelijk te zijn. 


Na het quilten heb ik stroken rode stof aan de zijkanten en boven- en onderkant genaaid, dwars door de sandwich lagen heen: elke strook was ca. 4 cm (1 1/2 inches) breed, de naadtoeslag al inbegrepen. Als je geen lange stroken hebt, kun je diverse stukken aan elkaar naaien tot de benodigde lengte. Dat kun je doen door verschillende rode printjes te gebruiken, of één print. De sandwich heb ik daarna netjes afgesneden tot de juiste maat: 80 x 14 cm (ca. 31 1/2 x 5 1/2 inches) + naden.


Snij/knip nu een stuk achterkantstof: bij voorkeur een rode stof – je wilt geen witte stof als achterkant, omdat de tochtrol op de grond veel stof kan vangen. Knip deze stof iets groter dan de sandwich, vanwege het gemak van vastnaaien. Leg alles met de goede kanten op elkaar, zodat je de verkeerde/binnenkant van de sandwich ziet. 


Laat een opening vrij – handbreedte – omdat je die nodig hebt om te keren en te vullen. Je zult er bij het vullen tot aan je elleboog in moeten gaan, dus maak die opening ruim. 


Knip de hoekjes buiten de stiklijnen weg, keer de tochtrol naar de goede kant en duw de hoeken uit. Vul alles met de losse vulling. Je mag zelf bepalen hoe strak het opgevuld moet worden: bedenk dat de rol moet kunnen staan. Sluit de opening netjes met de hand. 


En je Kerstcadeau is klaar voor gebruik als tochtrol tegen een deur….


of als grappig ornament op bv. de bovenrand van een bed of de rugleuning van een bank. 

Ik hoop dat je veel plezier hebt beleefd aan het maken van dit duurzame Kerstcadeau: gebruik mooi kerstpapier om dit cadeau in te pakken en leg het onder de kerstboom. De nieuwe eigenaar kan deze tochtrol het hele jaar door gebruiken, omdat deze tochtrol met rood/witte stoffen ook na de kerst prachtig staat. 

Hele fijne Feestdagen!

 

Sylvia Kaptein
Sylvia’s Art Quilts Studio

 

*Het is prettig als je de techniek van paper piecing al kent: werk altijd op nummervolgorde, gebruik in dit geval altijd naden van 1/4 inch ivm. de Add-a-Quarter liniaal.

Gerelateerde inhoud die interessant voor je is

Commentaren op dit bericht

0 Responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beste bezoek(st)er van de BERNINA blog,

Om afbeeldingen bij de commentaarfunctie te publiceren, moet je je op de blog aanmelden. Hier kun je je aanmelden.

Ben je nog niet op de BERNINA blog geregistreerd? Hier kun je je registreren.

Hartelijk dank,

Jouw BERNINA blogteam